Claes van der Asseldonck Wellen van der Asseldonk Jacob Matheus Jacobszn Jacob Hendrick Jacobszn

Ava, dochter van Claes van der Asseldonck, alias van den Bredelaer


Woonplaats: gegoed in Uden, Veghel en Oss

Geboren: omstreeks 1385
          Vader  : Claes van der Asseldonck, zoon van Wautger van den Bredelaer
          Moeder: Elizabeth, dochter Jacop van Hauthuyzen

Overleden: omstreeks 1440


Gegevens:

1.
Claes van der Asseldonck hertrouwde rond 1385 met Elisabeth, dochter van Jacop van Hauthuys (ca. 1360-1390). Hun kinderen waren:
- Wautgerus
- Aleyt
- Ava, leefde ca. 1385-1440

2.
Ava trouwde voor 1416 met Jan, zoon van Jacob van Meerlaer. Jan van Meerlaer was gegoed in Uden (Meerlaer, 't Goert, Nuwencamp, Asseldoncsche camp), te Oss (Nyppenvelt) en te Veghel (Bredelaer).

3.
Jacob van Meerlaer was in 1393 schepen in Uden. Hij was getrouwd met Heilwig. Bekende kinderen:
- Mathys, vermeld in 1405
- Jan (ca. 1380-1450), trouwde met Ava Nycolausdr van der Asseldonck, alias van den Bredelaer

4.
Nycholaus van der Assendonc, man van Elizabeth, dochter van wijlen Jacop van Hauthuys, en hun kinderen Wautgerus en Aleydis, en hun schoonzoon Johannes van Meerlaer, verkochten een erfpacht van 1 mud rogge aan Henricus Ghysselsoen. De erfpacht werd elk jaar op Lichtmis betaald uit de helft van een hoeve, genaamd 'die Assendonck', gelegen in de parochie Uden, met een zijde aan goed van heer van der Heyden, en met de andere zijde aan de gemeint.
(Bron: BP 1188 (1412-1413), fol. 256v)

5.
Henricus Graet, zoon van Gerardus Graet, en Nycholaus, zoon van wijlen Wautgerus van den Bredelaer, droegen op 21 mei 1416 op aan Godefridus, buitenechtelijke zoon van wijlen Arnoldus van Erpe, de helft van de windmolen met bijbehorende rechten in Vechel. Nycholaus had genoemde rechten verworven van Arnoldus van Gheel, zoon van Jacobus van Gheel, voor een cijns van 2 groten en 5 pond en een pacht van 10 mud rogge, Bossche maat. Ook Wautgerus van der Asseldonc, zoon van genoemde Nycholaus, en Johannes van Meerlaer van Uden, schoonzoon van genoemde Nycholaus, droegen hun rechten in de molen over aan genoemde Godefridus. Henricus van Bredelaer, zoon van Wautgherus, verklaarde af te zien van het recht van vernaardering.
(Bron: BP 1189 (1415-1416), fol. 359v-360)

6.
Nycholaus, zoon van wijlen Wautgerus van den Bredelaer, droeg ook nog het volgende goed op aan Godefridus, buitenechtelijke zoon van Arnoldus van Erpe:
- een erfpacht van 2 mud rogge, Bossche maat, elk jaar te betalen op Lichtmis uit een hofstad, hof en aangelegen grond in de parochie van Vechel, ter plaatse genoemd 'die Bruesselsche Buenre'. Nycholaus had deze erfpacht verkregen van Wolterus van den Hoernic, zoon van wijlen Johannes van den Hoernic van Vechel.
- een erfpacht van 1 mud rogge, Bossche maat, elk jaar te betalen op Lichtmis uit 2/3 deel van een hoeve in de parochie van Vechel, ter plaatse genoemd 'die Hoeve van Hoernic' staande in de plaats 'die Bruesselsche Buenre'. Nycholaus had deze erfpacht verkregen van genoemde Wolterus van den Hoernic.
- een erfpacht van 1 mud rogge, Bossche maat, die Wolterus van den Hoernic beloofd had te betalen aan Johannes van den Mortel, zoon van wijlen Petrus Katelinasoen. Jaarlijks te betalen op Lichtmis uit een huis en hof in de parochie van Vechel 'in die Hoernicxsche Hoeve'. Genoemde Nycholaus had deze pacht verworven van genoemde Johannes van den Mortel.
Ook Wautgerus van der Asseldonc, zoon van genoemde Nycholaus, en Johannes van Meerlaer van Uden, schoonzoon van genoemde Nycholaus, droegen hun rechten in de molen over aan genoemde Godefridus.
(Bron BP: 1189 (1415-1416), fol. 359v-360)

7.
Op 24 mei 1425 droeg Egho die Wrede Artssoen goederen op aan Henricus die Loyer, zoon van Henricus die Loyer. Het betrof een perceel in Oss, 'op Nyppenlant', welk perceel Egho verworven had van Andreas van Osse, Arnoldus Aleytensoenss, Johannes van Meerlaer en Waugart Claessoen van der Asseldonc. Tevens een half perceel, groot 6 vatzaad rogge, in Oss 'int Nedervelt' op 'Nyppenlant', welk goed Egho verworven had van Johannes, genaamd Gielis Goyartssoen van Os.
(Bron: BP 1195 (1425), fol. 193v)

8.
Op 19 februari 1426 beloofde Johannes van Meerlaer, zoon van wijlen Jacobus van Meerlaer, een erfpacht van 2 mud rogge te geven aan Katharina, weduwe van wijlen Nycolaus van der Asseldonk en aan de kinderen van Katharina en Nycolaus: Arnoldus, Johannes, Elisabeth en Mette. Katharina zou de erpacht tot aan haar dood genieten, waarna die aan haar kinderen zou toekomen. De erfpacht werd betaald uit:
huis en erf en hof in Uden, 'op Meerlaer', gelegen met:
     - een zijde : Godefridus Lubrechsz
     - andere zijde: Wellen Stocmans en Henricus Rupert
'die Nuwencamp' in Uden, gelegen met
     - een zijde : Godefridus Lubrechsz
     - andere zijde: de gemeint
een perceel gelegen in ''t Goert', met:
     - een zijde : Wellen Stocmans en Arnoldus van den Bogart
     - andere zijde: Herman van Brede
een perceel genaamd 'die Ber...', gelegen op 'd' Asseldonsche camp'
     - een zijde : Henricus Thijs
     - andere zijde: Jacop Broesz
een weiland op 'Meerlaer', gelegen met:
     - een zijde : Henricus die Smit
     - andere zijde: Godefridus Lubrechs
(Bron: BP 1197 (1425-1426), fol. 72)

9.
Johannes van Meerlaer, zoon van wijlen Jcobus, echtgenoot van Ava, dochter van wijlen Nycolaus van der Asteldonc, droeg op 23 november 1430 op aan Theodoricus Molner de jonge, zoon van Theodoricus Molnersz, een deel van een beemd in Veghel, 'int Bredelaer', gelegen met:
     - een zijde : Theodoricus die Molner, zoon van Theodoricus die Molner
     - andere zijde: -
     - een einde : 'Colnershoeve'
     - andere zijde: genoemde Theodoricus
(Bron: BP 1201 (1429-1430), fol. 159v)
Afkortingen Historische sites