Claes van der Asseldonck Wellen van der Asseldonk Jacob Matheus Jacobszn Jacob Hendrick Jacobszn

Familie van Claes van der Asseldonck, alias van den Bredelaer


Woonplaats: Veghel

Beroep: onbekend

Geboren: omstreeks 1355
          Vader  : Wautger van den Bredelaer
          Moeder: onbekend

Overleden: omstreeks 1421

Gehuwd circa 1380 met: Aleyt, dochter van Aert Jacobs van Gheel

Kinderen uit het eerste huwelijk:

Uit het eerste huwelijk zijn geen kinderen bekend.


Hertrouwde circa 1385 met Elisabeth, dochter van Jacop van Hauthuyzen

Kinderen uit het tweede huwelijk:

- ca. 1385: Wautger
- ca. 1385: Aleyt
- ca. 1385: Ava


Hertrouwde circa 1390 met Katharina

Kinderen uit het derde huwelijk:

- ca. 1395: Aert
- ca. 1395: Elizabeth
- ca. 1395: Metken
- ca. 1400: Jan


Gegevens:

1.
Claes van der Asseldonck werd rond 1355 geboren als zoon van Wautger van den Bredelaer, die schepen in Veghel is geweest.

2.
Hij bezat in Uden de hoeve 'die Assendonck'. Gezien zijn naam zal hij daar gewoond hebben.

3.
Hij was ook gegoed in Veghel: Hulselaer, Bredelaer, Hoghestraet, Hennenberch en Collartshoeve en de helft van de windmolen.

4.
Hij trouwde rond 1380-1385 met Aleyt, dochter van Aert Jacops van Gheel (ca. 1360-1385). Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend.

5.
Claes hertrouwde rond 1385 met Elisabeth, dochter van Jacop van Hauthuys (ca. 1360-1390). Hun kinderen waren:
- Wautgerus van der Asseldonck, trouwde met Aleydis, dochter van Aert Claes van der Steghen
- Aleyt, leefde ca. 1385-1415
- Ava, leefde ca. 1385-1440. Ze trouwde vr 1416 met Jan, zoon van Jacob van Meerlaer

6.
Omstreeks 1390 hertrouwde Claes van der Asseldonck met Katharina (ca. 1370-1455). Hun kinderen waren:
- Aert (ca. 1395-1455), gegoed in Veghel (Hoghestraet)
- Elizabeth (ca. 1395-1440)
- Metken (ca. 1395-1440), getrowd met Gerit, zoon van Goossen Willems Grieten van der Ynden, vermoedelijk uit Erp
- Jan van der Asseldonck (ca. 1395-1467), getrouwd en kinderen, gegoed in Veghel (Hoghestraet en Collartshoeve)

7.
Theodoricus, zoon van Jacobus van den Amer en Theodoricus, zoon van wijlen Rutgerus, buitenechtelijke zoon van Rodolphus Lonys, droegen op aan Nycolaus, zoon van Wautgerus van den Bredelaer hun rechten in de helft van een beemd in Veghel, genaamd 'Bredenbeempt' in de plaats genaamd 'Vermoelsgoet'.
(Bron: BP 1249 (1479-1480), fol. 340v)

8.
Arnoldus(?) Arnoldussoon van Merlaer verkoopt aan Nycholaus, zoon van Wautgherus van den Bredelaer een erfpacht van 1 mud rogge, Bossche maat, elk jaar te betalen op Lichtmis, uit de 'Voertacker' gelegen in de parochie Vechel, in de 'Nederboect'.
(Bron: BP 1178 (1387-1391), fol. 5)

9.
Nycholaus, zoon van Wautgherus van den Bredelaer, verkocht aan Arnoldus, zoon van wijlen Jacobus van Houthusen, ten behoeve van Rychmoeda de weduwe van wijlen Jacobus en haar kinderen, een jaarlijkse erfpacht van 1 mud rogge, Bossche maat, te betalen uit een beemd in de parochie van Vechel, ter plaatse genaamd 'Bredelaer', tussen het goed van Wautgerus van den Bredelaer en zijn kinderen aan de ene zijde, en het goed van Delya Claes en haar kinderen aan de andere zijde. De erfpacht werd ook betaald uit twee andere beemden op dezelfde plaats gelegen. De beemden zijn tesamen 3(?) 1/2 bunder groot. Nycholaus had de erfpacht verworven van Lambertus van Kreyel.
(Bron: BP 1179 (1390-1394), fol. 69)

10.
Johannes, Nycholaus en Petrus, kinderen van wijlen Nycholaus van den Bredelaer de jonge, verkochten aan Nycholaus, zoon van Wautgherus van den Bredelaer, een erfpacht van 2 mud rogge, Bossche maat, elk jaar te betalen op Lichtmis uit een akker genaamd 'Colen Hostat' en twee akkers genaamd 'die Groet Colen Acker' en een aanliggende beemd, gelegen in de parochie van Vechel tussen de straat aan de ene zijde en het goed van Wautgherus van den Bredelaer aan de andere zijde.
(Bron: BP 1179 (1390-1394), fol. 216)

11.
Henricus Graet, man van Aleydis, dochter van wijlen Yvels van den Boegarde, verkocht aan Nycholaus van der Astendonc de helft in een stuk beemd in Vechel genaamd 'die Coelners hoeve', gelegen tussen het goed van Arnoldus Claessoen aan de ene zijde en het goed van Franconus Bessenman aan de andere zijde. Belast met een cijns van 12 penningen aan de heer van Helmond. De andere helft was opgedragen aan Franconus Bessenman en aan Johannes Hubertssoen van den Laeke. Henricus Graet verkocht aan Nycholaus van der Astendonc ook een erfpacht van 1 mud rogge, Bossche maat, elk jaar te betalen op Lichtmis uit een huis, hof en een streep grond daaraan gelegen, gelegen in de parochie van Vechel, ter plaatse genoemd 'Hulselaer' tussen het goed van Gerardus Heymanssoen aan de ene zijde en de gemeint aan de andere zijde. De erfpacht was eerder in bezit van genoemde Yvels van den Boegarde.
(Bron: BP 1183 (1402-1403), fol. 166v-167)

12.
Nycolaus van der Assendonc en Gerardus van Kilsdonc beloofden op kerstmis aanstaande 15 gouden Nobels te betalen aan Egidius, zoon van Egidius, gewoonlijk 'Lange Gielis' genoemd.
(Bron: BP 1184 (1405-1406), fol. 340v)

13.
Nycholaus van der Astendonc, zoon van wijlen Wautgherus van den Bredelaer, verkocht aan Henricus Hoernken, zoon van wijlen Andreas, een erfpacht van 2 mud rogge, Bossche maat, elk jaar te betalen op Lichtmis, uit een beemd in de parochie van Vechel, ter plaatse genoemd 'Hulzelaer', tussen het goed van Henricus, zoon van wijlen Wautgherus van den Bredelaer aan de ene zijde, en het goed van wijlen Franconus Besseman, schoonzoon van wijlen Johannes, genaamd Rode Hannensoen, aan de andere zijde, strekkende van het goed van wijlen Gerardus Heymanssoen tot aan het goed van Arnoldus Bolst. De erfpacht werd ook betaald uit een beemd op dezelfde plaats gelegen, tussen het goed van genoemde Franconus aan de ene zijde en het goed van Arnoldus van der Bolst aan de andere zijde, en strekkende van het goed van genoemde Arnoldus tot aan het goed van genoemde Gerardus Heymanssoen. Ook wordt de erfpacht betaald uit een beemd in de parochie van Vechel, ter plaatse genoemd 'Bredelaer', tussen het goed van Henricus, zoon van wijlen Wautgherus aan de ene zijde en het goed van Henricus, zoon van Nycholaus van der Steghen aan de andere zijde, en strekkende met beide einden aan goed van genoemde Henricus, zoon van Wautgherus.
(Bron: BP 1186 (1408-1409), fol. 465)

14.
Gerardus van Kilsdonc en zijn zoon Wolterus beloofden 83 gulden te betalen aan Gerardus van Gheel, zoon van Arnoldus van Gheel, en 78 gulden aan Nycholaus van der Assendonck.
(Bron: BP 1188 (1412-1413), fol. 10)

15.
Wellelmus en Rodulphus, kinderen van Nicolaus Grietensoen en Thomas, zoon van wijlen Henricus van den Elzen verkochten aan Theodoricus, zoon van wijlen Willelmus van Haren een erfpacht van 1 mud rogge, Bossche maat, elk jaar in 's-Hertogenbosch te betalen op Lichtmis uit de volgende goederen:
- een huis, erf en hof in de parochie van Uden, ter plaatse genaamd 'd' Asseldonck', tussen het goed van Luytgardis, weduwe van wijlen Willelmus van Slabroeck aan de ene zijde en een weg aan de andere zijde, strekkende met beide einden aan het goed van Wautgherus van der Asseldonc
- een akker, ongeveer 1 malder rogge groot, gelegen in de parochie van Uden tussen het goed van Henricus, zoon van wijlen Henricus van den Elzen aan de ene zijde en het goed van Rodolphus, zoon van wijlen Nycolaus Grietens aan de andere zijde.
- een huis, erf en hof, ongeveer 1 mud rogge groot, gelegen in de parochie van Uden, ter plaatse genaamd 'Boekel' tussen het goed van Wellelmus, zoon van Nycolaus Grietens aan de ene zijde en het goed van Theodoricus Wellenssoen aan de andere zijde, strekkende met beide einden aan de gemeint.
- de helft van een huis, erf en hof, groot ongeveer 2 mud rogge, gelegen in de parochie van Uden, ter plaatse genaamd 'Boekel', tussen het goed van Johannes, zoon van wijlen Arnoldus Maess aan de ene zijde en het erfgoed van Arnoldus Bystenss aan de andere zijde, strekkende met beide einden aan de gemeint 'den Gemeynen Pedel'.
(Bron: BP 1197 (1425-1426), fol. 242)

16.
De kinderen van wijlen Johannes Sporken dragen goederen op aan Henricus Bloyman, zoon van wijlen Henricus Bloyman. Het betreft een erfpacht uit goederen in Uden 'in die Bytswyc' en 'op die Darphoeve'. Tevens wordt goed overgedragen gelegen in Uden 'aen Gheen Byesen', 'die Darpehoeve', in 'Badaf' en 'in den Buntcamp'. Bijschrift bij deze akten: Arnoldus van der Assendonc p(ossi)it et p(ro)per()iti (bezit dit goed).
(Bron: BP 1197 (1425-1426), fol. 308)

17.
Op 8 mei 1428 is er sprake van een heiveld in Veghel 'aen die Hey', gelegen met een zijde aan het goed van Deenkinus van Bredelaer, en het goed van Denkinus van Bredelaer, Nycholaus Delyen en Wautgherus van der Asseldonc aan de andere zijde.
(Bron: BP 1197 (1427-1428), fol. 348v)

18.
In 1428-1420 is er sprake van goed in Uden, gelegen tussen het goed van Wautgherus van der Asteldonc aan de ene zijde, en met een einde aan het goed van Wellinus van der Asseldonc.
(Bron: BP 1199 (1428-1429), fol. 202)

19.
Op 25 augustus 1450 gaf Godefridus, zoon van wijlen Petrus van der Asseldonck, een erfpacht over aan Herbertus, zoon van wijlen Godefridus van Dortrecht. Arnoldus, zoon van wijlen Wilhelmus Willems van der Ynden had deze erfpacht belooft aan genoemde Godefridus, mede ten behoeve van Nycolaus, Petrus, Aleidis en Gertrudis, kinderen van wijlen Petrus van der Asseldonck. Het betrof een erfpacht uit een weiland, genaamd 'Eeusel' in Uden, ter plaatse genaamd 'Asseldonck', gelegen tussen het goed van Katharina van Asseldonck aan de ene zijde en het goed van genoemde Arnoldus aan de andere zijde. Ook uit een stuk in Uden genaamd 'Tufelrstuc', de helft van een ander stuk grond in Uden en 1/4 deel van 'die Asseldoncsche camp' aldaar.
(Bron: BP 1220 (1449-1450), fol. 338v)

20.
Op 1 juli 1453 is sprake van een hof in Uden 'op den Wuestenboghart', ter plaatse genaamd 'Melys Eynde', tussen het goed genaamd 'ter d' Asseldonc' en de gemeint van Uden.
(Bron: BP 1223 (1452-1453), fol. 92v)

21.
In 1479-1480 droeg Theodoricus, zoon van wijlen Jacobus, genaamd van den Amer, goed in Veghel op aan Nycolaus, zoon van wijlen Wautgerus van den Bredelaer. Het betrof de helft in een beemd genaamd 'Bredenbeempt' in de plaats 'Vermoelsgoet'. Theodoricus had deze helft verworven van Theodoricus, zoon van wijlen Rutgerus.
(Bron: BP 1249 (1479-1480), fol. 340v)

22.
Jan Moelneer, zoon van wijlen Daniel Fyensoen en Claes Wautgers van den Bredelaer betaalden ieder een erfpacht van 10 mud rogge uit de windmolen in Veghel aan Aert Jacopss van Gheel. Ze hadden ieder een helft van die molen in erfpacht gekregen van Aert Jacops van Gheel.
(Bron: BP 1186) 1408-1409), fol. 220v-221)

23.
Claes Wautgers van den Bredelaer, man van Aleyt Arnt Jacopss van Gheel, had een pacht van 10 mud rogge en de helft van de windmolen in Veghel opgedragen aan Arnt Jacopss van Gheel. Die pacht werd op 10 augustus 1413 overgedragen aan Lana. Arnt van Gheel is nu overleden.
(Bron: BP 1188 (1413-1414), fol. 476)

24.
Henricus Graet, zoon van Gerardus Graet, en Nycholaus, zoon van wijlen Wautgerus van den Bredelaer, droegen op 21 mei 1416 op aan Godefridus, buitenechtelijke zoon van wijlen Arnoldus van Erpe, de helft van de windmolen met bijbehorende rechten in Vechel. Nycholaus had genoemde rechten verworven van Arnoldus van Gheel, zoon van Jacobus van Gheel, voor een cijns van 2 groten en 5 pond en een pacht van 10 mud rogge, Bossche maat. Ook Wautgerus van der Asseldonc, zoon van genoemde Nycholaus, en Johannes van Meerlaer van Uden, schoonzoon van genoemde Nycholaus, droegen hun rechten in de molen over aan genoemde Godefridus. Henricus van Bredelaer, zoon van Wautgherus, verklaarde af te zien van het recht van vernaardering.
(Bron BP 1189 (1415-1416), fol. 359v-360)

25.
Nycholaus, zoon van wijlen Wautgerus van den Bredelaer, droegt ook nog het volgende goed op aan Godefridus, buitenechtelijke zoon van Arnoldus van Erpe:
- een erfpacht van 2 mud rogge, Bossche maat, elk jaar te betalen op Lichtmis uit een hofstad, hof en aangelegen grond in de parochie van Vechel, ter plaatse genoemd 'die Bruesselsche Buenre'. Nycholaus had deze erfpacht verkregen van Wolterus van den Hoernic, zoon van wijlen Johannes van den Hoernic van Vechel.
- een erfpacht van 1 mud rogge, Bossche maat, elk jaar te betalen op Lichtmis uit 2/3 deel van een hoeve in de parochie van Vechel, ter plaatse genoemd 'die Hoeve van Hoernic' staande in de plaats 'die Bruesselsche Buenre'. Nycholaus had deze erfpacht verkregen van genoemde Wolterus van den Hoernic.
- een erfpacht van 1 mud rogge, Bossche maat, die Wolterus van den Hoernic beloofd had te betalen aan Johannes van den Mortel, zoon van wijlen Petrus Katelinasoen. Jaarlijks te betalen op Lichtmis uit een huis en hof in de parochie van Vechel 'in die Hoernicxsche Hoeve'. Genoemde Nycholaus had deze pacht verworven van genoemde Johannes van den Mortel.
Ook Wautgerus van der Asseldonc, zoon van genoemde Nycholaus, en Johannes van Meerlaer van Uden, schoonzoon van genoemde Nycholaus, droegen hun rechten in de molen over aan genoemde Godefridus.
(Bron BP 1189 (1415-1416), fol. 359v-360)

26.
Op 1 oktober 1409 beloofden Arnoldus van Gheel, Jacobssoen, en zijn zoon Godefridus 36 Rijnsguldens te betalen aan Nycholaus van der Astendonc.
(Bron: BP 1186 (1409-1410), fol. 464v)

27.
Nycolaus, genoemd van der Astendonck, zoon van wijlen Wautgerus, genoemd van den Bredelaer, verkocht op 26 augustus 1410 een erfpacht van 2 mud rogge, Bossche maat, aan Henricus Hoernken, zoon van wijlen Andries. De erfpacht werd elk jaar op Lichtmis betaald uit:
een beemd in Vechel, in 'Hulzelaer', gelegen met:
     - een zijde : Henricus, zoon van wijlen Wautgerus, genoemd van den Bredelaer
     - andere zijde: Franconus, genoemd Eesseman, schoonzoon van wijlen Johannes, genoemd Rode Hannensoen
     - een einde : wijlen Gerardus, genoemd Heymanssoen
     - andere einde: Arnoldus, genoemd van den Bolst
een beemd in Vechel, in 'Hulzelaer', gelegen met:
     - een zijde : Franconus, genoemd Esseman
     - andere zijde: Arnoldus, genoemd van den Bolst
     - een einde : Arnoldus, genoemd van den Bolst
     - andere einde: wijlen Gerardus Heymansz
een beemd in Vechel, in 'Bredelaer', gelegen met:
     - een zijde : Henricus, zoon van wijlen Wautgerus van den Bredelaer
     - andere zijde: heer Henricus, zoon van wijlen Nycolaus, genoemd van der Stegen en verkoper Nycolaus van Asseldonck
     - een einde : Henricus, zoon van wijlen Wautgerus van den Bredelaer
     - andere einde: Henricus, zoon van wijlen Wautgerus van den Bredelaer
(Bron: BP 1274 (1504-1505) fol. 347-347v d.d. 22 augustus 1505)

28.
Nycholaus van der Assendonc, man van Elizabeth, dochter van wijlen Jacop van Hauthuys, en hun kinderen Wautgerus en Aleydis en hun schoonzoon Johannes van Meerlaer, verkochten een erfpacht van 1 mud rogge aan Henricus Ghysselsoen. De erfpacht werd elk jaar op Lichtmis betaald uit de helft van een hoeve, genaamd 'die Assendonck', gelegen in de parochie Uden, met een zijde aan goed van heer van der Heyden, en met de andere zijde aan de gemeint.
(Bron: BP 1188 (1412-1413), fol. 256v)

29.
In het cijnsboek van de heer van Helmond van Veghel van 1406 wordt een cijns vermeld voor goed in Veghel aan de 'Lage Heide':
- tussen 1406 en 1421 ging Nycolaus van der Astendonck betalen.

In de periode 1406-1421 werd het goed gesplitst:
- Nycolaus van der Astendonc betaalde 12 nieuwe penningen uit voornoemde beemd (bij de Collartshoeve)
- de familie Graet betaalde 22 nieuwe penningen uit wat in 1621 beschreven wordt als 'eenen acker aen de Leegheijde'

Het deel van Nycolaus van der Astendonc had als cijnsbetalers:
- Nycolaus in 1421 (volgens andere bronnen overleed hij voor 7 januari 1422)
- de weduwe van Nycolaus van der Astendonc
- tussen 1447-1465: de drie kinderen van Nycolauss van der Astendonc
bijschrift in de marge (cijnsboek 1447-1465): 'te onderhouden in naam van de kinderen van Astendonc, ook na de dood van Arnoldus'.
- De cijns werd gesplitst:
- 1/2: Nycolaus, zoon van wijlen Johannes van der Astendonck
- 1/2: Nycolaus, zoon van Andries Aert Lambert
- Het deel van Johannes van der Astendonck:
- Henricus, zoon van wijlen Tielman Aerts
(verder diens nakomelingen)
(Bron: GA Helmond, Huisarchief Helmond, inv. nr. 127, fol. 101 enn104v; inv. nr. 128, fol. 157; inv. nr. 129, fol. 219 en 229)

30.
In het cijnsboek van de heer van Helmond van Veghel van 1406 wordt een cijns vermeld voor goed in Veghel 'op die Hoghestraet':
- de kinderen van Nycolaus van den Bredelaer
- Gerardus, zoon van Wellelmus, zoon van Wautgherus van den Bredelaer
In 1449 opgevolgd door:
- Wautgerus en Agneta, kinderen van Henrivcus van den Bredelaer (voor 13 nieuwe penningen)
- Arnoldus en Johannes, kinderen van Nycolaus van der Astendonc (voor 4 1/2 nieuwe penningen)
De cijns van 4 1/2 nieuwe penningen werd 1449-1465 opgevolgd door:
- Petrus, zoon van wijlen Gerardus van der Hoeven
- de 6 kinderen van Gerardus van der Hoeven
(Bron: GA Helmond, Huisarchief Helmond, inv. nr. 127, fol. 107; inv. nr. 128, fol. 150v; inv. nr. 129, fol. 216, 218v en 233)

31.
Het goed van Claes aan de Lage Heide werd op 20 april 1469 omschreven als: een stuk beemd gelegen in Vechel ter plaatse genoemd 'Collartshoeve', gelegen met:
     - een zijde : het goed van Aleydis, wduwe van wijlen Wautgerus van der Asseldonck
     - andere zijde: het goed van Henricus, zoon van wijlen Tielman Arntss
     - een einde : het goed van Goeswinus, zoon van wijlen Dirck Hannen
     - andere einde: 'den Colmans Hoeve' (in 1530: de weduwe van wijlen Tielman Aert Thielmanss)
(Bron: BP 1238 (1468-1469), fol. 330 d.d 20mapril 1469; zie ook: RA Veghel, inv. nr. 23 d.d. 7 oktober 1530, geen folio nr.)

32.
Henricus Hoernken, zoon van wijlen Andries had eertijd een erfpacht van (..) mud rogge verworven van Nycolaus van der Asteldonck en Henricus van den Bredelaer. Op 7 januari 1422 droeg Henricus Hoernken de pacht op aan Katharina, weduwe van voornoemde Nycolaus van der Asteldonc en haar kinderen. De pacht werd betaald uit het goed van wijlen Nycolaus van der Asteldonc. Naschrift bij de acte: aan Wautgerus, zoon van Nycolaus en aan Godefridus Stric.
(Bron: BP 1192 (1421-1422), fol. 412)

33.
Op 8 februari 1424 deed Katharina, weduwe van wijlen Nycolaus van der Asseldonc, afstand van het vruchtgebruik in een erfpacht van 1 mud rogge, aan de kinderen van haarzelf en van Nycolaus van der Asseldonc: Arnoldus, Elisabeth, Metken en Johannes. Arnoldus, Elisabeth en Metken droegen hun rechten over aan Dirck, zoon van Arnoldus van der Stegen en beloofden de rechten van hun broer Jan te respecreren. De pacht moet elk jaar op Lichtmis betaald worden uit een perceel in Vechel, 'op Hennenberch', gelegen met:
     - een zijde : Johannes Hubrechsz
     - andere zijde: Arnoldus, zoon van wijlen Nycolaus van der Stege
     - een einde : de gemeint
     - andere einde: niet vermeld
(Bron: BP 1194 (1423-1424), fol. 70v)

34.
Op 28 augustus 1428 droeg Dirck Tielman, zoon van wijlen Aert van der Stegen bovengenoemde pacht van 1 mud rogge over aan zijn broer Claes. Dirck had die pacht verworven van Arnoldus, Elisabeth en Metta, kinderen van wijlen Nycolaus van der Asseldonck en hun broer Waltgerus.
(Bron: BP 1198 (1427-1428), fol. 100)

35.
Op 19 februari 1426 beloofde Johannes van Meerlaer, zoon van wijlen Jacobus van Meerlaer, een erfpacht van 2 mud rogge te geven aan Katharina, weduwe van wijlen Nycolaus van der Asseldonk en aan de kinderen van Katharina en Nycolaus: Arnoldus, Johannes, Elisabeth en Mette. Katharina zou de erpacht tot aan haar dood genieten, waarna die aan haar kinderen zou toekomen. De erfpacht werd betaald uit:
huis en erf en hof in Uden, 'op Meerlaer', gelegen met:
     - een zijde : Godefridus Lubrechsz
     - andere zijde: Wellen Stocmans en Henricus Rupert
'die Nuwencamp' in Uden, gelegen met:
     - een zijde : Godefridus Lubrechsz
     - andere zijde: de gemeint
een perceel gelegen in ''t Goert', met:
     - een zijde : Wellen Stocmans en Arnoldus van den Bogart
     - andere zijde: Herman van Brede
een perceel genaamd 'die Ber...', gelegen op 'd' Asseldonsche camp'
     - een zijde : Henricus Thijs
     - andere zijde: Jacop Broesz
een weiland op 'Meerlaer', gelegen met:
     - een zijde : Henricus die Smit
     - andere zijde: Godefridus Lubrechs
(Bron: BP 1197 (1425-1426), fol. 72)

36.
Op 14 juni 1448 gaf Dirck, zoon van wijlen Gerardus van der Hoeven, aan Dirck, zoon van wijlen Aert Claessoen van der Stegen in erfpacht de helft in een huis, erf, hof en aangelag in Veghel op 'die Hoghestraet', groot circa 9 1/2 bunder, gelegen met:
     - een zijde : het goed van Arnoldus Peterssoen, van Dirck Molner, van Dirck de verkoper, van de kinderen van wijlen Nycolaus van der Asseldonc en van Wautgerus van der Asseldonc
     - andere zijde: de gemeint
     - een einde : het goed van Romboldus van der Heyden, van Mechtildis van Leyen en haar kinderen en 'die Loekersche beemd'
     - andere einde: het goed van Gerardus, zoon van wijlen Henricus Graet en zijn nakomelingen

De erfpacht werd ook betaald uit een daarbij gelegen perceel:
     - een zijde : voornoemde huis, erf, hof en aangelag
     - andere zijde: het goed van Wautgerus van der Straten
     - een einde : niet vermeld
     - andere einde: het goed van Dirck, genaamd Hannensoen en andere goederen

Katharina van der Asseldonc zou 3/4 beemd, gelegen in het eerstgenoemde goed behouden. Uit het goed moet een jaarlijkse erfpacht van 11 mud rogge betaald worden aan Henricus van Meerlaar, zoon van Bartholomeus, losbaar met 40 peters per mud.
(Bron: BP 1218 (1447-1448), fol. 277v)

Afkortingen Historische sites