Claes van der Asseldonck Wellen van der Asseldonk Jacob Matheus Jacobszn Jacob Hendrick Jacobszn

Goyaert van Engelant

Goyaert van Engelant was peetvader van een van de kinderen van Cornelis van Asseldonk en Cornelis
was testamentuitvoerder van Goyaert van Engelant. Kennelijk kenden zij elkaar goed.

Goyaert van Engelant wordt omstreeks 1548 in 's-Hertogenbosch geboren. Hij huwde met Cecilia Lambrechts
Vastarts. Uit dit huwelijk werd een zoon, Goyaert, geboren.

In 1582 wordt hij genoemd als een van de negen wijkcompagniŽn schutters. In de morgen van 19 januari 1585
naderen de Staatse troepen ongemerkt de Vughterpoort. Toen de poortwachter de poort opende, werd hij
overmeesterd. De Staatsen trokken naar de markt. De poortwachter kwam bij en sloeg alarm. De Bosschenaren
verjaagden de soldaten. Goyaert van Engelant deed zich gelden als een flink officier. Ter gedachtenis aan deze
oveerrompeling stichtte hij op 18 januari 1597 een jaarlijkse dankdienst.

Hij wordt als schepen van 's-Hertogenbosch vermeld in 1584, 1587, 1588, 1591, 1594, 1598, 1601, 1602, 1605
en 1606.

Hij was rentmeester van het kapittel van de Sint-Jan en van het Leprooshuis. Van 1593 tot 1602 was hij
meester van het Groot Gasthuis.

Zijn vrouw overleed op 5 juli 1602. Na de dood van zijn vrouw besloot Goyaert van Engelant priester te
worden en zijn ambten neer te leggen. Hij werd als priester als beneficiant aan de Sint-Jan verbonden.
De stad schonk hem bij het lezen van zijn eerste H. Mis op 23 juni 1607 'een aam rijnschen wijn'.

Hij stierf op 24 augustus 1616. Hij wilde begraven worden in de kerk van het Groot Gasthuis in het graf
van zijn vrouw en zijn moeder. De zerk bevindt zich tegenwoordig in de zijgevel van de gasthuiskapel in
's-Hertogenbosch. Goyaert schonk twee hoeven aan het Groot Gasthuis.


De stichting van het Capucijnenklooster

Op de volgende manier verhaalt Goaert van Engelant aan pater Cyprianus van Antwerpen, provinciaal der
Capucijnen en aan pater Judocus van Gend, hoe hij er toe gekomen was mee te werken aan de stichting van
een Capucijnenklooster in '-Hertogenbosch.

"Ik was," zo sprak hij, "nog geheel onbekend met de orde de Capucijnen, toen ik op zekeren dag met een
knechtje naar mijn buitengoed, gelegen in het dorp Nuland, ging, en mij aldaar opeens een monnik verscheen.
Ik zag hem geknield, met gevouwen handen, als in het gebed verslonden. Hij droeg een kleed, gelijk aan het
habijt der Capucijnen. Mijn dienstknecht zag eveneens de monnik. Wij waren beiden ontsteld, ofschoon deze
gebeurtenis op klaarlichten dag, het was omstreeks tien uur in de morgen, plaats greep. Ik zeide tot den
knaap: 'Ga er eens naar toe en zie wat die monnik doet.' Hij durfde niet. Toen gingen wij samen, maar zie,
plotseling was de monnik verdwenen. Ik waande mij door den schijn bedrogen, riep een landman, doch na veel
zoeken mochten wij ook nu niemand bespeuren. Wanneer ik nu des anderen daags wederom naar mijn buitengoed
wandelde, verscheen mij dezelfde gedaante, die echter weder even spoedig verdween. Alstoen kwam bij mij de
gedachte op om te Nuland een gasthuis te bouwen tot ondersteuning van oude, hulpbehoevende armen, doch de
inwoners van dat dorp weigerden zich met het onderhoud van dat gesticht te belasten en zo kwam er van dat
plan niets. Daarna kwam de Capucijnerpater Henricus van Rijn, uit het Capucijnenklooster te Maastricht,
in de St. Janskerk te Den Bosch preeken; ik hoorde zijne preek en alsdoen vatte ik, in de meening zijnde
dat zulks met het visioen, dat ik had gehad, was bedoeld, het voornemen op om in de plaats van een gasthuis
te Nuland een Capucijnenklooster te Den Bosch te stichten."

(Bronnen: Van der Heijden, P.J. en H. Molhuysen, Kroniek van 's-Hertogenbosch, acht eeuwen stadsgeschiedenis
('s-Hertogenbosch 1981), 50, 54; Van Ouenhoven, J., Een nieuwe ende gansch vermeerderde beschrijvinge van de
stadt van 's-Hertogenbosch
('s-Hertogenbosch 1670); Van Sasse van Ysselt, A.F.O., Voorname huizen en gebouwen
van 's-Hertogenbosch
('s-Hertogenbosch 1910), deel 1, 267-269; deel 3, 276-286; Taxandria, jrg. 3, 234-235;
jrg. 16, 54; Van Zuijlen, R.A., Stadsrekeningen van 's-Hertogenbosch 1399-1800, deel II, 1169.)
Afkortingen Historische sites