Claes van der Asseldonck Wellen van der Asseldonk Jacob Matheus Jacobszn Jacob Hendrick Jacobszn

Aelbertken


Woonplaats: waarschijnlijk 's-Hertogenbosch

Geboren: omstreeks 1585
          Vader  : Jan, zoon van Jan Jacobs Rijders van Asseldonck
          Moeder: Geertruda van der Meer

Overleden: vermoedelijk in 1636


Gegevens:

1.
Aelberken, dochter van Jan Jans Rijders zal rond 1585 in 's-Hertogenbosch geboren zijn.

2.
Op 24 januari 1617 verwierf ze met haar zus Anneken een deel van grond in Maren die meteen doorverkocht werd.
(Bron: BP 1493, fol. 249v-251)

3.
Op 5 juli 1621 erfde ze een deel in De Pijnappelse Hoeve in Moergestel. Ze was toen nog ongetrouwd.
(Bron: BP 1856, fol. 416-421v)

4.
In 1630 woonde Aelbertken in Berlicum als 'geestelice persoon' met Meriken Jan Cornelis Nobels en haar moeder Geertruda van der Meer. Op 13 december 1630 maken Meriken Nobels, die dan ziek is, en Aelbertken tegelijk hun testamenten op. Meriken legateerde onder andere 100 gulden aan Aelbertken Jansen Ryders, die zij nog tegoed had van Jacob in den Ryder.

Aelbertken bepaalde in haar testament het volgende:
- Ze wilde in de Sint-Peterskerk in Berlicum begraven worden. Ze schonk deze kerk 2 gulden.
- Ze legateerde aan haar moeder Gertruyt een rente van 25 gulden per jaar, die ze nu ontvangt van de Staten van Brabant. Na haar moeders dood dienden deze inkomsten naar haar neef Laureyns Jacobs te gaan. (Een zoon van haar zus Anneken.) Als die Laureyns kloostering zou worden, gaan de inkomsten naar andere naaste erfgenamen.
- Haar resterende bezit ging naar haar zus Anneken, vrouw van Jacob Laureynss, wonende in 's-Hertogenbosch, waarbij Anneken aan Meriken Jan Nobels een rente van 15 gulden per jaar zou schenken, zoals overeengekomen tussen Aelbertken en Meriken.

Tegelijk met het opmaken van hun beide testamenten sloten Aelbertken en Meriken 'beyde twee geestelice persoonen' een overeenkomst:
- Meriken verplichtte zich om haar hele leven in te wonen bij Aelbertken en haar moeder en deze te dienen, zoals ze al vele jaren gedaan heeft.
- Hiervoor schonk Aelbertken aan Meriken 'haere cammerade' een lijfrente van 15 gulden per jaar, die ingaat na de dood van Aelbertken en haar moeder.
- Na Merikens dood zou de lijfrente terug gaan naar Aelbertkens erfgenamen.
- Ook schonk Aelbertken aan Meriken: 'een dosijn servetten, een halff dosyn linne lakens, het beste bedde, en twee schorten', omdat 'Marijcken nu soo lange jaren voor cleynen loon de voors(creve) Aelbertken en haere moedere gedyent heeft'.

De overeenkomst werd mede ondertekend door 'Jacob Laureynssen den jongen, wonende in den Gulden Ryder' in 's-Hertogenbosch en zijn vrouw Anna, dochter van Jan Jansen Ryder.
(Bron: RA Berlicum, inv. nr. 55, fol. 66v-68)

5.
Op 14 juli 1636 maakte Aelbertken, dochter van wijlen Jan Jan Rijder en Geertruijd van der Meer een nieuw testament op. Ze woonde toen in 's-Hertogenbosch, 'wesende in een huijse geinfectiert ende beswert mitte pestilentiaele siecte'.
- Meester Johan Rijders, haar broer, kreeg een lijfpensioen van 50 gulden per jaar, elk jaar te betalen op haar sterfdag.
- Alle andere goederen waren voor de kinderen van Jacob, zoon van wijlen Jacops Laureijnss van Empel, verwekt bij wijlen Anna, zijn vrouw, dochter van wijlen Jan Janss Rijder en Geertruijt van der Meer.
(Bron: NA 's-Hertogenbosch, inv. nr. 2674)
Afkortingen Historische sites