Claes van der Asseldonck Wellen van der Asseldonk Jacob Matheus Jacobszn Jacob Hendrick Jacobszn

Anna


Woonplaats: 's-Hertogenbosch

Geboren: in 1600
          Vader  : Cornelis, zoon van Jan Jacobs Rijders van der Asseldonck
          Moeder: Elizabeth van Erp van Ponsendael

Overleden: in 1638


Gegevens:

1.
Anna werd op 16 juli 1600 in de Sint-Jan in 's-Hertogenbosch gedoopt.
Vader: Cornelis Janss
Moeder: Lysken de huysfrou
Peetvader: Goyart Geritss de Becker
Peetmoeder: Engelken Dircx Driess
(GA 's-Hertogenbosch, doopboeken Sint-Jan, inv. nr. 3B, fol. 143)

2.
Anna's vader, Cornelis van Asseldonk, overleed tussen 1621 en 1624 in 's-Hertogenbosch.
(Bron: BP 1856, fol. 416-421v)

3.
Op 17 december 1624 erfde Anna van haar neef Henrick Jacobs van der Asseldonck een deel in De Pijnappels hoeve te Moergestel.
(Bron: BP 1856, fol. 416-421v)

4.
In 1625 deed haar moeder ten behoeve van Anna en haar broer Jan afstand van cijnzen uit goederen te Erp.
(Bron: BP 1536, fol. 446v-450v; BP 1500, fol. 277-283v)

5.
Anna's moeder overleed in 1627 of 1628 in 's-Hertogenbosch.
(Bron: BP 1500, fol. 277-283v; BP 1543, fol. 152-153v)

6.
Op 3 februari 1628 verkochten Anna en haar broer Jan 'Het Huijs van Nuenen' in 's-Hertogenbosch via een gemachtigde aan Catharina van Wercke.
(Bron: BP 1543, fol. 152-153v)
7.
Na haar moeders dood (of al eerder) verliet Anna 's-Hertogenbosch. Ze vestigde zich op het Groot Begijnhof in Leuven, hoewel ze geen begijn werd. Haar neef Hendrick Hornkens (uit Erp) was pastoor op het Groot Begijnhof te leuven en haar broer Jan was kanunnik in Brussel.

8.
In 1657 werd in Veghel een cijns betaald uit een huis, boomgaard en een aangelegen akker 'de Heyecker', gelegen 'op d'Lijnt', grenzen aan de gemeint van veghel en aan de gemeint van Lieshout, met nog 4 bunder op Lyndven 'by den Reenputten) in 1445 ingenomen van de gemeint van Veghel, en een heikamp aldaar (de later Heihoef). De cijns werd betaald door:
- 'heer Jan, priester, ende Anneken, kynderen Cornelis soone Jan Jacobs van der Asseldoncq'
- de drie erfgenamen van de heer Hendrick Hoirnkens
Latere cijnsregisters geven meer namen.
(Bron: RANB, ARRGD, inv. nr. 169 en 170, zie ook RA Veghel, inv. nr. 62, dd. 21 november 1657 en: M. van Asseldonk, 'De Heihoef' I en II, in: Van Vehchele tot Veghel 6 (1986) nr. 20, 100-104; 7 (1987) nr. 21, 7-20)

9.
Deze hoeve in Veghel werd in 1636-1707 'de Asseldonkse Hoef' genoemd. Zo werd op 16 augustus 1636 in Veghel ene Joannes begraven, die overleed aan de pest in villa d'Asseldonc'. Ook in de verpondingsboeken van 1702 en 1707 wordt 'de Asseldonckse hoef' genoemd.
(Bron: BA 's-Hertogenbosch, DTB Veghel, inv. nr. 2; OAA Veghel, inv. nr. II-E-2, fol. 271 en II-E-3, fol. 199)

10.
Tussen 9 en 20 juli 1637, ongeveer een jaar voordat ze haar testament opmaakt, verkocht Anna een groot aantal renten in de Meierij en een huis in 's-Hertogenbosch. Een deel van het geld wordt uitgezet op de Berg van Barmhartigheid te Brussel. Het waren:

Goederen afkomstig van Jan, zoon van wijlen Jacob Matheussoen (de vader van Anna's vader Cornelis)

Datum verwerving door Jan Jacob Matheussoen:RenteUit goederen gelegen  te:Verkocht aan
20-01-155312 Rijnsguldeneen weiland te 's-Hertogenbosch buiten de Sint-AntoniuspoortJan Roelof Kievits, glazenmaker
17-08-155310 Rijnsguldenhuis en 18 lopens aangelegen land in Sint-Michielsgestel 'opten Horrick', en een huis en hof in 's-Hertogenbosch op de 'Hynthaem', Magdalena, weduwe van Everardt Claess van Someren


Goederen afkomstig van Cornelis Jan Jacobs Ryders van Asseldonck, Anna's vader:

Datum verwerving door Cornelis van Asseldonck:Rente of erfpachtUit goederen gelegen  te:Verkocht aan
02-03-16007 Carolusguldenhuis, hof en 10 lopens aangelegen grond in Schijndel, onder 'Wijbosch'Perken, dochter van Arndt Goyaerts van Erp 
28-03-16007 Carolusguldenhuis, hof en 10 lopens aangelegen grond in Schijndel, onder 'Wijbosch' en een akker van 15 lopens in Schijndel, genoemd 'de (Keris)ecker'Eetien, dochter van Aend Goyaerts van Erpe
07-11-16008 Carolusguldenhuis, hof , boomgaard en aangelegen land in Den Dungen, 'int Wout' en 7 lapens akkerland in Sint-Michielsgestel 'aent Rootven'Maryken, moeder van Rogier Antonius van Boxmeer
01-02-16011/2 van 2 malder roggehuis, hof en aangelegen grond in Erp 'aen die Bolst'Jan, zoon van Henrick Janssoen
09-01-16085 gulden en 5 stuivershuis, hof en aangelegen 4 hont akkerland en 2 hont houtland in Macharen, genoemd 'Thomas Pauwels hoff', en een akker van 4 hont in Macharen aan 'de kerckstraeten', genoemd 'Wydehoff'Cornelisken, dochter van Maria Peters
12-04-16087 guldenhuis, schuur en aangelegen 5 lopens grond in Erp, 'de Laaren' en een hooiveld in Erp, 'achter de Bergen', genoemd 'Sonnendonck'Maryken, moeder van Rogier Antonius van Boxmeer
05-07-16087 Carolus guldenhuis, hof, schuur, esthuis en 5 lopens aangelegen grond in Schijndel 'aent Wijbossch', en een akker van lopens in Schijndel 'int Loosbroeck'de minderjarige kinderen van Gerart Aerts van Uden
02-09-16106 guldenhuis, hof en 6 lopens aangelegen grond en een aangelegen 'venneke' in Erp 'aen den Dyck'Elizabet, dochter van wijlen Jans Goosens
23-05-16143 1/2 Carolusguldenhuis en hof in Veghel, met 12 lopens aangelegen grond dat in Sint-Oedenrode ligt; en nog een akker van 8 lopens in Sint-Oedenrode genoemd 'den Hoogen Acker'Jan, zoon van Henrick Janssoen
30-09-16153 Carolusgulden en 5 stuiverseen hofstad, waar een huis op gestaan heeft, in Macharen, genoemd 'Thomas Pauwels hof', met aangelegen 4 hont akker- en 2 hont hooilandCornelisken, dochter van Maria Peters
23-11-16166 Carolusgulden en 10 stuivershuis, hof, schuur en 1 lopens aangelegen grond in Sint-Oedenrode in 'd'Eerde aen de capel', ook 4 lopens akker- en heiland in Sint-Oedenrode 'aen de gemeyne straet van Schyndel' en een perceel akker- en weiland van 3 lopens in Sint-Oedenrode, genoemd 'Hannekens acker'.Henrick Franss van Susteren, bierbrouwer
04-02-16171/2 van 20 lopens gerst, maat van Sint-Oedenrode een perceel in Sint-Oedenrode, aan het Houthem, genoemd 'Reyntkens erffe'Maryken, moeder van Rogier Antonius van Boxmeer
14-08-161712 Carolusgulden en 10 stuivershuis, hof, schuur, brouwhuis, esthuis en 16 lopens aangelegen grond in Oirschot, in de herdgang 'Oisterwyck'Henrick Franssen van Susteren, bierbrouwer
15-02-16185 Carolusguldeneen perceel akker- en weiland van 1 1/2 lopens in Woensel, en een huis, schop en 1 1/2 aangelegen grond in WoenselJan Zeberts, coopman in 's-Hertogenbosch
08-07-16206 Carolusguldenhuis, hoff, esthuys met 1 1/2 lopens aangelegen grond in Den Dungen in de Vrijdom van 's-Hertogenbosch 'int Wout'; en 3 lopens akkerland 'opte Dungen', en nog een weiland van 1/2 morgen aldaarJenneken en Lyntken, dochters van wijlen Gerardt Janss Verhallen, en Peter en (J-net?), minderjarige kinderen van wijlen Gerart, zoon van wijlen Gerartss Janss Verhallen
15-12-1622(?)10 Carolusguldeneen beemd in Geldrop 'opten Beeckloop', en een huis in Geldrop met 5 lopens aangelegen grond de minderjarige kinderen van Gerart Aerts van Uden
03-04-16236 Carolusguldenhuis, hof, esthuis, boomgaard en 3 lopens aangekegen grond in Den Dungen 'int Wout'Jan Emondts Goudtsmits


Goederen verworven door Jan en/of Anna van Asseldonck (op 27 juni 1627 met het vruchtgebruik voor hun moeder):

Datum verwerving door Jan en/of Anna:Rente of goedUit goederen gelegen  te:Verkocht aan
27-06-1627 10 Carolusguldenhuis, hof en 14 lopens aangelegen grond in Veghel 'opt Sontvelt'Magdalena, weduwe van Everardt Claessen van Someren
30-08-1627 10 Carolusgulden6 lopens grond in Erp in 'de Heesbeempde, genoemd ''t Heze gehadt'Magdalena, weduwe van Everardt Claessen van Someren
31-05-1628 10 Carolusguldenhuis, hof, boomgaard en 4 lopens aangelegen grond in Erp aan 'het Leij-eijndt'de kinderen van wijlen Gerardts van de Wiel en zijn vrouw Pieyntken van Aelst
19-06-1635een huiseen huis en hof in 's-Hertogenbosch 'in de Volderstraetken'Huybert, zoon van Jan van de Bossch

(Bron: BP 1555, fol. 321-338)

11.
In totaal werd verkocht:
- jaarlijkse renten ter waarde van 22 Rijnsgulden en 130 Carolusgulden
- jaarlijkse erfpacht van 20 lopens gerst en 1 malder rogge
- een huis
Dit was slechts een klein deel van Anna's bezit. Het bezit dat ze in 1638 na haar dood naliet was ongeveer 40.000 gulden waard, wat uitgezet tegen een rente van 5 % 2.000 gulden per jaar op zou leveren.

12.
Op 31 mei 1628 en 19 juni 1635 trad Rogier Antonius van Boxmeer op als zaakgelastigde van Jan en Anna. Jan verwierf een cijns van 10 gulden uit goederen te Erp. Op 11 januari 1630 was deze cijns van Rogier van Boxmeer. Jans zus Anna van Asseldonk legateerde in 1638 een bedrag van 600 Rijnsgulden aan de zoon van Rogier van Boxmeer voor diens studie, 'waer inde myn broeder sal(iger) my mondelyck belast heeft'.
(Bron: BP 1536, fol. 446v-450v; ARA Brussel, Openbare Onderstand Leuven, inv. nr. 4260, OAA Berne, stukken nagelaten door G. van den Elsen, Asseldonck protocollen, fol. 52 en 186)

13.
Op 11 juli 1637 kocht Anna van Asseldonck een rente van 70 gulden per jaar voor een bedrag van 1.400 gulden van de Berg van Barmhartigheid in Brussel. Op 15 januari 1642 werd deze rente overgedragen aan de stichting van Anna van Asseldonck op het Groot Begijnhof in Leuven.
(Bron: ARA Brussel, Openbare Onderstand Leuven, inv. nr. 4263)

14.
Begin 1631 liep kanunnik Jan van Asseldonk met het plan rond om zijn testament op te maken. Met zijn zus Anna had hij enkele jaren daarvoor een vermogen van zijn ouders geërfd, het waren roerige tijden en Jan was wellicht ziekelijk, want hij stierf enkele jaren later. Jan wilde zijn zus Anna tot enig erfgenaam benoemen, maar wilde ook een deel van zijn vermogen voor een goed doel besteden. In 's-Hertogenbosch was sinds de verovering van de stad door de Staatse troepen in september 1629 de uitoefening van de katholieke godsdienst verboden en Jan wil nu in Aken een weeshuis oprichten. Voor wezen werd in die tijd nog weinig gedaan. Hij had ervaren van zijn familie van moeders kant dat wezen in grote armoede op kunnen groeien, wat 'ongemaniertheyt' tot gevolg kon hebben. Op 6 maart 1631 sloten Jan en Anna van Asseldonk een akkoord met het gemeentebestuur van Aken. Jan en Anna beloofden na hun beider dood een jaarlijkse rente van 600 gulden voor een op te richten weeshuis te schenken, als het stadsbestuur een huis zou kopen en voor meubilair, stookmaterialen en dergelijke zou zorgen.

Op 7 mei maakte Jan van Asseldonck in Brussel zijn testament op. Hij liet alles na aan zijn zus Anna. Een van de getuigen was de geestelijke Jan Gysels, rector van het klooster de Uilenburg in 's-Hertogenbosch. Na het opmaken van het testament reisde Jan Gysels met Jan van Asseldonck mee naar Aken, wellicht in verband met het op te richten weeshuis. Op 14 mei ontmoetten ze daar de Bossche bisschop Ophovius. Op 25 mei 1631 ging men in Aken akkoord met de door Jan en Anna opgestelde voorwaarden.

Jan overleed in 1633 en Anna in 1638. Op 9 juni 1639 gaf het stadsbestuur van Aken opdracht om een bedrag van 9.600 gulden, die een jaarlijkse rente van 600 gulden oplevert, in ontvangst te nemen. Dit bedrag werd door de testamentuitvoerders van Anna van Asseldonck op 6 mei 1640 betaald. Het stadsbestuur spande hierna een rechtszaak aan om ook de rente over 1639 te ontvangen. Ze wonnen dat geschil en op 29 maart 1641 werd ook die 600 gulden uibetaald. Het weeshuis werd op kosten van de stad ingericht en gemeubileerd. Ook zorgde de stad voor het stook- en verwarmingsmateriaal en schonk het het weeshuis voor 10 jaar een jaarlijks bedrag van 100 rijksdaalders. Ook bezorgde de stad brood en werd het weeshuis vrijgestald van de stedelijke belastingen. Twee leden van het stadsbestuur werden tot beheerders (provisoren) van het weeshuis aangesteld. Jaarlijks werd in de stad voor het weeshuis gecollecteerd. De weeskinderen kregen onderwijs in lezen, schrijven, rekenen, godsdienstles enzovoorts. Na de stichting trokken al snel de eerste wezen in het weeshuis, waar ze een ambacht leerden en ook godsdienstonderwijs kregen. Op 2 mei 1656 werd bijna heel Aken, inclusief het weeshuis, door een grote brand verwoest, maar het weeshuis werd hierna weer opgebouwd.
(Bronnen: Quix, Chr., Beiträge zur Geschichte der Stadt und des Reichs von Aachen, bd. 2 (Aachen 1838) 90-95; ARA Brussel, register van testamenten nr. 4, fol. 148-149v; Openbare Onderstand Leuven, inv. nr. 4260)

15.
In de zomer van 1638 was Anna ziek en ze voelde haar einde naderen. Ze woonde toen op het Groot Begijnhof te Leuven met haar dienstmeid Margaerite Mol. Ze overlegt met haar vertrouweling Henrick van Hove, net als Anna's broer Jan was Van Hove kanunnik van Brussel. Op 16 juli 1638 maakte ze haar testament op en daarna verhuisde ze naar Brussel, waar ze bij Van Hove woonde. Ze nam haar meubels, kleren en linnegoed mee naar Brussel. Anna werd in Brussel behandeld voor haar ziekte. In Brussel was Cathelyn Ginser haar dienstmeid en de geestelijke stelde zijn knecht ter dienste aan Anna. Anna overleed op 6 oktober 1638. Er werd een bode van Brussel naar Leuven gestuurd, om Anna's overlijden te melden aan haar neef Henrick Hornkens, pastoor van het Groot Begijnhof. Henrick reisde naar Brussel om er zaken te regelen. Op 7 oktober 1638 werd Anna's testament geopend. Anna wil in de Kerk van het groot Begijnhof begraven worden.Haar lichaam werd in een schrijnhouten gepekte doodskist gelegd en in een koets getrokken door vier paarden naar Leuven vervoerd. Ook het meubilair en de koffers met kleren en linnegoed werden naar Leuven gebracht. Op 13 oktober 1638 werd Anna begraven in de kerk van het Groot Begijnhof te Leuven. Bij de uitvaart werd haar portret in de kerk opgesteld. Er werdt wittebrood uitgedeeld en een maaltijd gehouden.
(Bron: ARA Brussel, Openbare Onderstand Leuven, inv. nr. 4260)

De zerk van Anna werd gemaakt door steenhouwer Henrick Lanckmans en ligt nog steeds in de kerk van het Groot Begijnhof, vķķr de preekstoel. Het opschrift luidt: 'hier leyt begraven Jouff Anna van Asseldonck fondaeres van het huys van Onze Lieve Vrauwe Presentatie die stierf den 6. Octob. 1638. Bidt voor de Siele. Op de zerk was Anna's familiewapen aangebracht. Het werd weggebeiteld tijdens de Franse bezetting aan het einde van de achttiende eeuw.
(Bron: W.A. Olyslager, Het Groot Begijnhof van Leuven, (Leuven 1978), 123; Adolphe Everaerts, Recueil de tombes epitophes ā Louvain et dans ses Environs tome I, 208)

16.
Anna van Asseldonck, 'wat sieckelyck naer den lichaem' bepaalde in haar testament van 16 juli 1638 dat op het Groot Begijnhof in Leuven opgemaakt werd, het volgende:
- Ze wil begraven worden in de kerk van het Groot Begijnhof te Leuven, 'daer ick tegenwoordich woone'.
- Na haar dood dienen vierhonderd 'sielmissen de requimen' voor haar gelezen te worden.
- Pater magister Joannes Rijderus, prior van de Predickheeren in leuven, krijgt een 'lyffpensioen' van 50 gulden per   jaar. De rente wordt betaald door heer Carolus Mansvelt, deken van de Sint-Gudula kerk te Brussel. Dit op wens van   Jan van Asseldonck, Anna's overleden broer, die kanunnik was in Sint-Gudula. (Rijderus was een neef van Anna.)
- Heer Godefridus Santvoort, presbiter, krijgt 50 Rijnsgulden eens en 1 dubbele dukaat, waarvoor hij 100 'missen de   requim' voor Anna moet lezen. (Hij was een neef van Anna's moeder en kunuunik in Antwerpen.)
- Heer Hendrick Hornkens, pastoor van Sint-Geertrui in Leuven, krijgt 'eenen cop off schaele' of een ander aandenken   naar keuze. (Hornkens was een neef van Anna.)
- Heer Croesius, presbiter in 's-Hertogenbosch, krijgt 25 gulden eens.
- Twee van Croesius' nichten krijgen ieder 25 gulden eens.
- Heer Hendrick van de Ven, pastoor van het Groot Begijnhof te Leuven, krijgt 24 gulden eens.
- Patrones Louiese van der Noot krijgt als aandenken een zilveren beker met een gouden randje.
- Anna's petekind, dochter van haar 'nicht' Genofeva Donck uit 's-Hertogenbosch, krijgt een zilveren beker ter waarde   van ongeveer 14 gulden. (Vermoedelijk was ze een dochter van Jacob Donk, gehuwd met Maria van Heessel, een nicht   van Anna's moeder.)
- Genoveva Lambrechts van de Velde en haar zus Jenneken, Anna's 'nichten', krijgen ieder 50 Rijnsgulden eens. (De   vader van Genoveva en Jenneken was getrouwd met Elisabeth Versantvoirt, een nicht van Anna.)
- Het klooster van Orthen te 's-hertogenbosch krijgt 18 Rijnsgulden 'voor een pitantie'.
- Haar 'neef' Jan Jan van Heusden, schoenmaker te Brussel, krijgt een lijfrente van 50 Rijsngulden per jaar, te betalen   door de Staten van Henegouwe.
- De paters Oratorie in Leuven krijgen een rente van 100 gulden per jaar. Deze rente was op 20 maart 1627 ingesteld op   de Berg van Barmhartigheid in Brussel en op 2 december 1628 aan de aartsbisschop van Mechelen gegeven.
- Catharina Hornkens, Anna's tante ('moeije') krijgt als aandenken 2 zilveren lepels en 6 Rijnsgulden. (Deze   Catharina van Ponsendael was de vrouw van Godevaert Hornkens.)
- De infirmerie van het groot Begijnhof te Leuven krijgt een jaarlijkse rente uit een bedrag van 324 gulden   uitstaande op de Berg van Barmhartigheid in Brussel. Willemynken Sterckens, begijn in 's-Hertogenbosch, zal tot aan   haar dood deze rente blijven genieten. Dit volgens een obligatie van wijlen haar broer Jan van 31 mei 1630.
- De kinderen van Jacob Laureynsen en Anneken, dochter van Jan Jansens Ryders, krijgen de helft van een hoeve in   Moergestel, en een halve morgen land te Rosmalen. Deze schenking vervalt als genoemde kinderen 'pretenderen ter   saecke van het testament van Mariken onse moeijken op my noch op myne erfgenaemen.' Anna's erfgenamen genieten de   achterstallige inkomsten uit deze hoeve tot de eerste betaaldatum na Anna's dood. 'Want ick met dit legaat by   voorighe confideratie en weete niet alleen voldaen en hebbe het testament van moijke voors(creve) maer   verdobbeleert'.
- De zoon van Rogier van Boxmeer krijgt 600 Rijnsgulden eens 'tot vervorderinghe van syne studie'. Anna's overleden   broer Jan had Anna dit mondelijk opgedragen.
- Het Brigittenklooster te Brussel krijgt 30 Rijnsgulden eens.
- Het klooster van de Magdalenen zusters in Brussels krijgt 30 Rijnsgulden eens.
- Gerit Peters in Erp krijgt 50 Rijnsgulden eens en zijn kinderen (verwekt bij Mariken Cornelis Bloemen) die geen   beurs van Anna zullen genieten, krijgen 50 gulden eens. (In 1644 wordt hij Geraert Geraerts genoemd. Hij was   mogelijk een zoon van Gerard Thielemans.)
- De kinderen van Cornelis Goyarts en diens vrouw, een dochter van Anna's 'moeyken' Jenneken, wonende in Erp,   krijgen ieder 50 Rijnsgulden. (Cornelis Goyarts van Abeele was getrouwd met een dochter van Joanna van Ponsendael,   een halfzus van Anna's moeder.)
- Maria, dochter van advocaat J. Volders te Brussel, petekind van Anna's overleden broer Jan, krijgt een rente van   20 Rijnsgulden per jaar, uitstaand op de Berg van Barmhartigheid te Brussel, nr. 2640.
- Mariken Willems der Kynderen, 'nicht' van Anna, krijgt haar 'beste huyck en besten rock'. (Mariken was een dochter   van Willem der Kynderen, gehuwd met Maria Versantvoirt, een nicht van Anna's moeder.)
- De stad Aken krijgt een rente van 600 gulden per jaar, volgens een overeenkomst met het stadsbestuur van Aken van   6 maart 1631 en geaccepteerd op 25 mei 1631. De stad Aken moet een huis kopen en meubileren, waarna de rente   betaald kan worden.
- 'Coomende dan tot het legaet van seeckere bursen ende alimentatien voor seeckere knechtkens ende meyskens van myn   maescap, vaderlant en andersins. Anna wil dat er voor meisjes een 'bequam huijs' gekocht of gebouwd wordt op het   Groot Begijnhof te Leuven, van maximaal 2.000 gulden. het huis moet worden gemeubileerd en dient voor de meisjes   'om tesamen daer in te woonen.'
- Voor 'bursen ende alimentatie aen knechtkens ende meyskens van myn maeschap, vaderlant ende andersins', legateert   Anna een rente van 1.200 rijnsgulden per jaar. Voor de beurzen komen in aanmerking:
  1e: 'arme weeskynderen hebbende egheen vader oft moeder van myne maeschap,'
  2e: 'arme kynderen van myne maeschap,'
  3e: 'arme weeskynderen gebooren sHertogenbosch, t' Erp, vechel, S. Oeden Roode ende voorts in de Meyereye van sHertogenbosch,'
  4e: 'arme kynderen gebooren in de voors(creve) plaetsen.'
  De arme kinderen die al tijdens Anna's leven door haar ondersteund werden, blijven deze ondersteuning   genieten.
- Anna legateert een rente van 6 Rijnsgulden per jaar voor haar jaargetijde in de kerk van het begijnhof te leuven.
- Elk arm kind dat een beurs van haar heeft, dienen dit jaargetijde bij te wonen om voor haar ziel te bidden, en   krijgen dan 'een st(ui)ver wittebroot'.
- Heer Henrick Hornkens, pastoor van Sint-Geertruij in Leuven, haar neef, erft het resterende kapitaal onder   voorwaarde dat het Anna's schenkingen niet vermindert, 'want het mynen erfgenaem genoch moet wesen buijte schade   te blyven'.

- Als testamentuitvoerders benoemde Anna:
  - haar neef pater magister Joannes Ryderus, prior van de predikheren te Leuven,
  - haar neef heer Hendrick Hornkens, pastoor van de Sint-Geertrui parochie in Leuven, en
  - heer Hendrick van Hoove, priester in de collegiale Sint-Gudula kerk te Brussel.
- De testamentuitvoerders krijgen daarvoor:
  - Ryderus een rente van 25 Rijnsgulden per jaar, te betalen door de Saten van Henegouwen,
  - Hornkens een zilveren beker ter waarde van ongeveer 20 Rijnsgulden, in bezit van Anna,
  - van Hoove 25 Rijsngulden eens.

- In geval van onenigheid dienen de testamentuitvoerders te overleggen met 'den heere professeur in der godtheyt van   de heylige schrifture, ende twee eerste professeuren in de rechten' te leuven.
- Eerdere legaten van Anna blijven gehandhaaft.
Het testament, een 'cohier geslooten met dry cashetten' werd op 7 oktober 1638 door jufvrouw Louiese van der Noor overhandigd en geopend in het bijzijn van pater magister Ryderus, 'maescap der voors(creve) Anna van Asseldonck', heer Jacobus Carlier, 'plebaen' van Sint-Gudula te Brussel, en Anthoon Furenberch. Het geraadpleegde testament is een gewaarmerkte kopie van 1 juni 1645.
(Bron: ARA Brussel, Openbare Onderstand Leuven, inv. nr. 4260)

17.
Op 11 oktober 1644 werden de rekeningen van de uitvoerders van het testament van Anna van Asseldonck afgehoord en gesloten. De uitgaven bij het overlijden van Anna en haar uitvaart waren:

- 'voor een bode van Brussel naar Leuven om aan pastoor Hornkens de dood van jo(ffrouw)e Anne van   Asseldoncq mede te delen': 2 Rijnsgulden en 8 stuivers
- Hornkens is 'datelic' naar Brussel gereisd. Voor de heen- en terugreis en verteringen: 9 Rijnsgulden   en 12 stuivers
- voor een 'schrijnhoute verheven dootkiste, gepect ende anderssints versien om het lichaem te vervoeren   ende begraeven': 14 Rijnsgulden
- voor de huur van 'een carosse met vier paerden' voor het vervoer van het lichaam van Brussel naar   Leuven 'met het drinckgelt aen de carrosier': 16 Rijnsgulden en 4 stuivers
- aan de vrouw die het 'vuijl lynwaet' van de overledene waste: 3 Rijnsgulden
- 'voor de wagenvracht' van kanunnik Henrick van Hove en Jan Janssen Eversen, die uitgenodigd waren voor   de uitvaart, voor de heen- en terugreis en 'drinckgelt op den weech': 5 Rijnsgulden en 17 stuivers.
- 'voor het contrefeytsel (schilderij) der voors(creve) overledene': 8 Rijnsgulden en 8 stuivers
- Op 13 oktober 1638 werd een plechtige uitvaart gehouden. Betaalt aan jo(ffrouw)e Anna van der Linden,   infirmeriemeesteres voor 'de maelteijt': 72 Rijnsgulden en 16 stuivers
- aan Henricxken van Elderen voor een half aam Franse wijn en 7 potten Rijnse wijn: 21 Rijnsgulden en   16 stuivers (1 aam = circa 155 litter; 1 pot = circa 1,5 liter)
- voor het brengen van de wijn: 5 stuivers
- aan Johanna van Meeuwe voor wittebrood uitgedeeld aan de bewoners van het Begijnhof en de genodigden:   34 Rijnsgulden en 17 stuivers
- aan heer Geraert van Limbergen voor het lezen van 30 'missen van requim omtrent de sepulture der   voors(creve) overledene metten profundis en miserere over deselve sepulture': 9 Rijnsgulden   (Een profundis is een receptie bij een sterfgeval. Men bidt dan bij het lijk en condoleert de fanilie.   Een miserere is een bepaald kerkgezang. Een sepulture is een begrafenis.)
- aan jouffr(ouw)e Heylwiges Deutels voor kerkrechten: 21 Rijnsgulden en 8 stuivers
- aan kosteres Barbera van Overbeke voor het versieren ('palleren') van het altaar, en het verzorgen van   de 'ornamenten' voor de 30 te lezen missen: 3 Rijnsgulden en 12 stuivers
- aan de pastoor van het Begijnhof voor 'eenige kerckediensten': 10 Rijnsgulden
- voor een zerk op haar graf, aan Henrick Lanckmans, steenhouder, voor het gereed maken van de steen en   'de letteren er op te houden': 72 Rijnsgulden

Uitgaven bij het eerste jaargetijde:

- voor 600 wittebroden van een halve stuiver per stuk verdeeld onder de bewoners van het Begijnhof volgens het   gebruik: 15 Rijnsgulden
- voor wijn, licht en 'ornamenten': 1 Rijnsgulden
- voor de diensten van de kosteres: 1 Rijnsgulden
Subtotaal: 321 Rijnsgulden en 11 stuivers

Diverse andere uitgaven:

- aan de 'plebaen' (Henrick van Hove) te Brussel voor drie maanden 'montcosten' voor de overledene, 'als   aldaer recht voor haer overlyden soo lange geweest hebbende': 58 Rijnsgulden en 1 stuiver
- aan diens knecht voor een 'courtoise van syn dienst ende moeijten' gedurende die tijd voor de overledene   gedaan: 4 Rijnsgulden en 16 stuivers.
- aan de nicht van Van Hove 'voor eene properheijd': 3 Rijnsgulden
- aan 'jongedochter' Cathelyn Ginser voor haar diensten verleend aan de overledene tijdens haar ziekte in Brussel:   3 Rijnsgulden
- aan een kleermaker voor het repareren van kleren van de overledene: 1 Rijnsgulden en 10 stuivers
- aan Margaerite Mol, die Anna op het Groot Begijnhof in leuvel enige tijd diende: 7 Rijnsgulden en 4 stuivers
- aan dokter De Louw voor zijn 'visiten in haere sieckte tot Bruessel': 9 Rijnsgulden en 12 stuivers
- aan dokter Jaquet voor zijn 'visiten': 9 Rijnsgulden en 10 stuivers
- aan 'apoteecker' Marcus van Papenbroeck voor 'diversche droggen en medicamenten': 16 Rijnsgulden, 12 stuivers en   2 oortjes
- aan de paters Capucijnen voor hun 'assistentie in haere sieckte en overlyden', voor een pietantie: 14 Rijnsgulden   (Een pitantie is wat een kloosterling dagelijks aan tafel ontvangt.)
- 'voor de wagenvracht van drije groote koffers met lijnwaet en andere meubels, midtsgaeders den oncost van selve   tot Bruessel op de wagens en tot lovens wagens te brengen ten huyse van den heere erffgenaem: 14 Rijnsgulden en   14 stuivers
- aan plebaen (Van Hove) voor vuur, licht, het gebruik van zijn 'bedde lijnwaet ende bederff van dijen' en andere   kosten: 50 Rijnsgulden en 12 stuivers
- voor 'twee rocxkens' van de overledene, gegeven 'ter instantie van sijne susters tot behoeff eenige armen alhier':   memorie
- voor een rouwkleed aan Jan Janssen Eversen, die Anna's broer Jan enige tijd als knecht diende: 30 Rijnsgulden
- een rouwkleed voor Willem Peeters, wonende te Leuven: 20 Rijnsgulden
- aan een begijn 4 gulden en 19 stuivers. De overledene had dit bedrag voor de begijn ontvangen van de Berg (van   Barmhartigheid) te Brussel.
- aan de 'jouffr(ouw)en' van de infirmerie voor het 'logeren, dienen en accomoderen van genoode ende andere vrienden   totte vuijtvaert der voors(creve) overledene, eenen silveren croes': 7 Rijnsgulden en 4 stuivers
- aan zuster Cathelyn van Lommel, begijn, 'voor het gewil te hebben in de wooninge geprepareert voor jo(uffrouw)e   Asseldoncq': 18 stuivers
- aan Peter van Heessel voor 16 potten brandewijn, voor 14 stuivers per pot: 11 gulden en 4 stuivers
- aan 'jouffr(ouw)e Loijse van der Noot, voor het doen lezen van 26 missen op verzoek van de overledene: 13 Rijnsgulden,   welk bedrag Van der Noot voorgeschoten had.
- aan mevrouw Croonendael 'een gouden cruys' als aandenken: memorie
- aan eerwaarde pater Rijderus, predikheer, voor geld dat Anna in Brussel ontving ten behoeve van 'jo(uffrouw)e'   Grinsius: 240 Rijnsgulden
- aan notaris Legius 'voor het maecken van inventaris van de documenten, minimenten, papieren en anderssints', met   een extra afschrift en andere 'besoignen': 43 gulden
Subtotaal diverse uitgaven: 604 gulden, 15 stuivers en 2 oort

Uitgaven ter voldoening van schenkingen gedaan in het testament:

- aan pater Rijderus voor 400 'missen van requimen, gelezen voor haere ziele': 200 Rijnsgulden
- een pater Rijderus een 'lyffpensie' van 50 Rijnsgulden, te betalen door heer deken Mansvelt, tot laste van de   abdij van Vicoingue', welk lijfpensioen Ryderus al sinds Anna's dood onbtving: memorie
- aan priester Godefroidus van Santvoort: 50 Rijnsgulden en 1 dubbele dukaat
- aan pastoor Henrick Hornkens: 100 Rijnsgulden
- aan pastoor Jan Crousius in 's-Hertogenbosch: 25 Rijnsgulden
- aan zijn twee nichtjes, ieder 25 Rijnsgulden: 50 Rijnsgulden
- aan Henrick Vennus, pastoor op het Groot Begijnhof te Leuven: 24 Rijnsgulden
- aan jo(ffrouw)e Loijsse van der Noot 'een silveren beker met een goude randeken'
- aan haar peetkind, dochter van Genovevia Donck, 'haere nichte', een zilveren beker van ongeveer 14 gulden
- aan Genoveva Lambrechts van de Velde en haar zus Johanna, ieder 50 Rijnsgulden: 100 Rijnsgulden
- aan de zuster van Orthen in 's-Hertogenbosch voor een pitantie volgens de afrekening van jo(uffrouw)e van   Heetvelde: 18 Rijnsgulden
- aan Jan Janssen van Heusden, schoenmaker, haar neef, een 'lijffrente' van 50 Rijnsgulden per jaar: memorie   Jan kreeg voor deze rente een 'constitutiebrieff'.
- op 19 maart 1640 kregen de 'paters Oratoiren binnen Loven' de 'constitutiebrieff' van een rente van 100   Rijnsgulden per jaar: memorie
- aan jo(uffrouw)e Catharina Hornkens, 'haere moije', 2 zilveren lepels
- Anna schonk de infirmerie van het Groot Begijnhof te Leuven een rente uit een bedrag van 324 gulden. De   testamentuitvoerder hebben de eigendomsbrief van deze rente nog niet ontvangen, maar hebben al wel elk jaar 16   gulden en 4 stuivers aan de infirmerie betaald: memorie
- 'voor het vaceren van ses ā seven daegen van heere canonick Henrick van Hove van Bruessel tot Loven door versoeck   van overledene expresselic gecommen sijn over het maecken en consulteren met diversche doctoren en persoonen hen   dien verstaende als oock legaliseren ende sluijten van 't testament der voors(creve) overledene, midts sij tselve   nijemant anders en wilde betrouwen, alsoo den selven lange te vorens ervan secretelic geīnformeert was, als oock   voor het oepenen van tselve testament': 24 Rijnsgulden
- aan dokter Thulden voor enige 'consulten': 2 gulden en 8 stuivers
- aan 'commissaris' Van Ham voor de rest van zijn 'gepretendeerde schult': 6 Rijnsgulden en 10 stuivers
- aan jo(uffrouw)e Johanna van Donck 'over drye sistenen(?) rocx by wylen den voors(creve heere canonick (Anna's broer   Jan) als proffesseur van syn prebende in de kercke van S(in)ter Goedile in diversche jaeren te vele ontfangen':   8 Rijnsgulden en 2 stuivers
- de heren van het voornoemde kapittel van Sint-Gudula hebben verschillende keren op de betaling aangedrongen van   een door kanunnik Asseldoncq (Anna's broer Jan) nagelaten schuld. Het ging om een bedrag van 300 gulden 'ten tyde   van sijne residentie tot gemeijnen behoeve gediverteert, ende ten anderen over de tachterheden van gemeijne clergie   wijnkelder aldaer, als anderssints': memorie
- voor een 'banketken int accepteren der fondatie der voors(creve) overledene': 19 stuivers
- de pastoor van Erp pretendeert 7 stuivers tegoed te hebben vanwege een jaargetijde 'geordonneert by den grootvaeder   der voors(creve) overledene': memorie (Die grootvader was Hendrick van Erp van Ponsendael.)
- aan jo(uffrouw)e Hambroeck 'voor het verheff van leenhoeff Jecschot, over twee rechten', 104 guldens: memorie
- aan de kinderen van Jacob Laurensen en Anneken, dochter van Jan Janssen Rijder, de gelft van een hoeve in   Moergestel en een halve morgen land te Rosmalen. Dit op voorwaarde dat deze kinderen 'nijet en souden pretenderen   vuijt crachte van 't testament van Marie, haere moeije'. Volgens de rekening 'is er over accoordt gemaeckt en 't   different belicht en de goeden aenveert terstont naer haere door': memorie
- aan de zoon van Rogier van Boxmeer 'tot vervoorderinge van sijn studien': 600 Rijnsgulden
- aan het Brigitten-klooster te Brussel: 30 Rijnsgulden
- aan het klooster van de Magdalena-zusters te Brussel: 30 Rijnsgulden
- aan Geraert Geeraerts in Erp betaald volgens de rekening van Aleydis van heetvelde: 50 Rijnsgulden   (Er stond Geraert Peeters, maar Peeters werd doorgestreept en vervangen door Geeraerts.)
- aan de kinderen van deze Geeraert en Mariken Neelis Bloemen die niet van een beurs zullen genieten, ieder 50   gulden. Nog niet betaald, want twee kinderen, Adam en Lambrecht, genoten al van de beurs en de anderen kunnen er   nog voor in aanmerking komen: memorie
- aan de kinderen van Cornelis Goijaerts Beelen en Johanna, 'haere moije tot Eerp', die niet van Anna's beurs zullen   genieten, ieder 50 gulden. Twee van deze kinderen kregen 50 gulden, namelijk dochter Geraertken en zoon, 'sergeant'   in Stevensweert: 100 gulden volgens de afrekening van voornoemde Aleydis
- de andere kinderen kunnen nog in aanmerking komen voor een beurs: memorie
- aan jo(uffrouw)e Maria, dochter van heer ad(vocaat) Volder, petekind van Anna's overleden broer Jan, de   'constitutiebrieff' van een rente van 25 gulden per jaar, uitstaande op de Berg van Barmhartigheid te Brussel:   memorie
- aan Marie Willems der Kinderen, 'haere testatrice beste huijcke en besten rock': memorie
- 'die van Aken' hebben een gemeubileerd huis gekocht. Die voorwaarde was volgens 'contracte' van 6 maart   1631 opgelegd en op 25 mei 1631 door 'die van den magistraet van Aken' geaccepteerd. Op 6 mei 1640   werd een bedrag van 9.600 gulden gegeven aan kanunnik Peregrinus Vogels, daartoe door het stadsbestuur   van Aken gemachtigd. Het bedrag levert een jaarlijkse rente van 600 gulden op. Volgens het contract van   6 maart 1631 zou het legaat van die rente van 600 gulden onmiddellijk na de dood van Jan en Anna ingaan.   Hierover ontstaond een geschil en volgens 'arbitrale vuijtspraecke' gedaan op 5 mei 1640 door 'doctoiren   Thulden en Stockmans' werd ook de rente van 600 gulden over het afgelopen jaar uitbetaald.
- voor deze 'arbitrage': 5 Rijnsgulden
Subtotaal schenkingen: 11.916 gulden en 10 stuivers

Uitgaven gedaan om de jaarlijkse rente van 1.200 gulden voor de studiebeurzen te krijgen:

Anna legateerde een bedrag van 1.200 gulden voor 'bursen ende alimentatie voor seeckere knechtkens ende meijskens'. Volgens de rekening gebeurde dat op voorwaarde dat er uit het bedrag voor deze rente een eenmalig bedrag van 3.000 gulden genomen wordt voor het kopen of bouwen van een huis en om dit huis te meubileren.
- deze 3.000 Rijnsgulden brengen tegen 6 1/4 % jaarlijks op: 187 Rijnsgulden en 10 stuivers volgens de afrekening   van de bouw op 11 oktober 1644
- voor gecochte meubelen' om het huis te meubileren: 123 gulden en 14 stuivers, en nog voor enkele meubels: 75   gulden en 5 stuivers 'hoewel die meer wert sijn'. Het totaal van (ongeveer) 200 Rijnsgulden brengt tegen een rente   van 6 1/4 % 12 gulden en 10 stuivers op

Om een rente van 1.000 gulden te krijgen wordt gereserveerd (200 van de 1.200 gulden zijn gebruikt voor het bouwen en meubileren van het huis):
- op 11 december 1644 een rente van 400 gulden per jaar (uit een totale rente van 1.300 gulden) betaald door 'de   domeijnen van Halle en anderssints' volgens brieven van 5 februari 1631. Het bijbehorende kapitaal bedraagt 5.600   gulden (rente van 1/14 pf 7 1/7 %)
- een rente van 250 gulden en een van 70 gulden, uitstaande op de Berg van Barmhartigheid te Brussel. Het kapitaal   bedraagt 6.400 gulden (rente van 1/20 of 5 %.)
- betaald aan griffier P. van Schellebergh van de Berg van Barmhartigheid: 9 Rijnsgulden en 12 stuivers
- op 11 oktober 1644 een 'personelice rente' van pastoor Hendrick Hornkens van 280 Rijnsgulden per jaar. Het kapitaal   bedraagt 4.480 gulden (rente van 1/16 of 6 1/4 %.)
- op 11 oktober 1644 een 'personelice rente' van pastoor Hendrick Hornkens van 6 Rijnsgulden per jaar voor het lezen   van een jaargetijde volgens het testament. Het kapitaal bedraagt 96 Rijnsgulden (rente van 1/16 of 6 1/4 %.) Totaal kapitaal: 19.785 gulden en 12 stuivers

Nog diverse andere uitgaven voor het uitvoeren van het testament:

- aan pater Rijderus als honorarium voor het uitvoeren van het testament een 'constutiebrieff' van een 'lyffrente'   van 25 Rijnsgulden per jaar, te betalen door de 'Staten van Henegauw': memorie
- aan pastoor Henrick Hornkens, ook testamentuitvoerder, als honorarium 'eenen silveren beker van in de' 30   gulden: memorie
- aan kanunnik Henrick van Hove, ook testamentuitvoerder, voor zijn honorarium: 25 Rijnsgulden

De testatrice wilde dat de testamentuitvoerders hun kosten vergoed zouden krijgen.
- aan pater Rijderus voor 'vacatien en debuoiren (vrijgemaakte tijd en uitgaven)': 50 Rijnsgulden
- 'voor de menigvuldige vacatien, moeyten en debuoiren (uitgaven) by den voors(creve) eerw(aarde) heere pastoir   Hornkens ter saecke van voors(creve) executie gedaen, midtsgaeders d' oncosten en verteeringe in sijn reijsen naer   de Kempen, Bruessel, Halle, als anderssints', colgens zijn specificatie 800 gulden: memorie
- 'voor de lanckduerige en diversche debuoiren en besoignen gedaen bij den voors(creve) heere canonick van Hove':   150 gulden
- voor de 'vacatien van de heeren proviseurs en executeurs gedaen over het hooren en afsluijten desen reeckeninge,   ieder 6 gulden: 24 gulden (Aanwezig waren: Hornkens, Vennus, Ryderus en Van den Hove.)
- aan notaris Coentzen voor het schrijven van deze rekening ena ndere stukken: 48 gulden
- aan de griffier van de Berg van Barmhartigheid te Brussel voor 'diversche duboiren': 9 gulden en 12 stuivers
- voor 'diversche duboiren' door notaris Spirincs en notaris Baelmans: 33 gulden
- aan heer Willem Sanders, priester, voor 'diversche debuoiren' voor deze rekening: 24 gulden
Subtotaal diverse uitgaven: 363 gulden en 12 stuivers

'Syn deselve somme betaelt soo vuyt den erffdom der voors(creve) overledene als anderss(in)ts by den heere erffgenaem der selver, sonder dat in desselve somme begrepen syn de costen genoteert met memorie.' De totale uitgaven bedroegen 32.932 gulden, 8 stuivers en 2 oort. Hiervan werd 4.576 guulden betaald door Henrick Hornkens. Hierbij moet opgemerkt worden dat Hornkens waarschijnlijk de gelegateerde 900 gulden per jaar, te betalen door de domeinen van Halle (kapitaal van 12.600 gulden) kreeg. Ook erfde hij niet vermelde goederen, zoals de Heihoef in Veghel. (Bron: ARAB, Openbare Onderstand Leuven, inv. nr. 4260)
Afkortingen Historische sites