Claes van der Asseldonck Wellen van der Asseldonk Jacob Matheus Jacobszn Jacob Hendrick Jacobszn

Familie van Jan, zoon van Jacob Matheus in den Rijder


Woonplaats: 's-Hertogenbosch, in het huis 'In den Gulden Rijder' in de Hinthamerstraat

Beroep: kleermaker en lakenkoopman

Geboren: omstreeks 1510
          Vader  : Jacob, zoon van Matheus Jacobssoen
          Moeder: Onbekend

Overleden: tussen 1575 en 1608

Gehuwd onstreeks 1540 met:
Anna van den Steen

Kinderen:

- ca. 1540: Jacob
- ca. 1550: Jan
- ca. 1555: Cornelis
- ca. 1555: Mariken


Gegevens:

1.
Op 5 februari 1540 trad Jan zelfstandig op in een oorkonde. Hij was toen dus meerderjarig (25 jaar of ouder). Zijn kinderen waren tussen omstreeks 1540 en 1555 geboren. Jan zal dan rond 1510-1515 geboren zijn.
(Bron: BP 1353, fol. 174v-175)

2.
De laatste oorkonde waarin Jan optreedt dateert van 27 juli 1575. Op 13 februari 1608 werden zijn bezittingen verdeeld en was hij al overleden. Jan is dus tussen 1575 en 1608 overleden.
(Bron: BP 1854, fol. 266)

3.
Jan wordt bij de verdeling van zijn goederen 'Jan, zone wylen Jacops Matheeussen in den Ryder' genoemd.
(Bron: BP 1854, fol. 266)

Uit een akte uit het Rechterlijk Archief van Berlicum blijkt dat Jan in het huis 'In den Gulden Rijder' woonde. De familie ontleende daar de naam '(in den) Rijder' aan.
(Bron: RA Berlicum, inv. nr. 55, fol. 67)

Het huis 'In den Gulden Rijder' stond aan de zuidzijde (de kant van de Sint-Jan) van de Hinthamerstraat, tegenover de Eerste Nieuwstraat.
(Bron: Mosmans, J. en Alph.G.J. Mosmans, Oude namen van huizen en straten te 's-Hertogenbosch  
('s-Hertogenbosch 1907) 37 en kaart)

4.
Op 6 juli 1564 wordt Jan lakenkoopman genoemd.
(Bron: BP 1384, fol. 403v-404)

5.
Op 27 juli 1575 deed Jan afstand van zijn kleermakersambacht: 'Jan, soen wylen Jacops Matheeus in den Ryder, ingeseten poorter dese stadt van sHertoigenbossche, heeft hem affgeseeten het ambachte van den snyderen ende cleermaickeren binnen der stadt voors(creve), verclerende ende expresselycken te kennen gevende dat hij van nu voirts aen het selve ambachte nijet meer en will gebruijcken, noch mede meer willen schieten oft genijeten.'
(Bron: vermoedelijk GA 's-Hertogenbosch, Bosch Protocol)

6.
Op 17 december 1541 verkocht Johannes, zoon van wijlen Jacobus Matheeuss een cijns van 4 Carolusgulden en 5 stuivers aan Johannes, zoon van wijlen Peter Bauts. De cijns werd betaald door Wilhelmus, zoon van Nycolaes Geritsz uit een huis en erf te Hintham ('s-Hertogenbosch).
(Bron: BP 1336, fol. 57)

7.
Op 4 januari 1547 verkocht Johannes, zoon van wijlen Jacobus Matheeusz een stuk woeste grond te Orthen,'Den Pijpsack' genoemd, aan Johannes, zoon van Hermanus Janss Vluggers. Johannes, zoon van wijlen Jacobus Matheeuss had die grond eerder gekocht van Mathias, zoon van wijlen Johannes Poirtmans en Gerardus, zoon van wijlen Christianus van Leerbroeck.
(Bron: BP 1346, fol. 142v)

8.
Op 4 februari 1547 verkocht Anthonius, zoon van wijlen Anthonius van Diepbeeck voor 406 Carolusgulden een huis in 's-Hertogenbosch aan de markt aan Johannes, zoon van wijlen Jacobus Matheeuss.
(Bron: BP 1346, fol. 195v)

9.
Op 5 februari 1540 had Coenrardus, zoon van wijlen Johannes Coenraets van Kalakar, belooft een jaarlijkse cijns van 18 Carolusgulden te betalen aan Johannes, zoon van wijlen Jacobus Matheeusz. De cijns werd betaald uit een huis en hof in de Vughterstraat in 's-Hertogenbosch. Op 10 juni 1550 verklaart Johannes, zoon van wijlen Jacobus Matheeuss dat genoemde Coenrardus de helft van de cijns afgelost heeft.
(Bron: BP 1353, fol. 174v-175)

10.
Op 18 augustus 1553 verkochten de kinderen van wijlen Peter Collart Hermanss een cijns van 10 Rijnsgulden aan Johannes, zoon van wijlen Jacobus Mattheuss. De cijns wordt betaald uit land 'aen den Horrick' in Gestel bij Herlaar (Sint-Michielsgestel) en uit een huis met erf in Hintham ('s-Hertogenbosch). De cijns zal worden ge´nd door Johannes en zijn zus Hillegondis.
(Bron: BP 1364, fol. 318-318v).

11.
Op 18 januari 1556 verkochten de voogden van de minderjarige kinderen van Dympne, weduwe van Cornelius Arnts, aan Johannes, zoon van wijlen Jacobus Matheuss een cijns van 6 Carolusgulden en 5 stuivers uit land te Rosmalen.
(Bron: BP 1373, fol. 205v-206v)

12.
Op 20 januari 1553 verkocht Willem, zoon van wijlen Goyaerts van de Donck, een cijns van 12 Rijnsgulden aan Jan, zoon van wijlen Jacob Matheuss uit land in 's-Hertogenbosch buiten de Sint-Antoniuspoort aan de Oude Dijk.
(Bron: BP 1555, fol. 327v)

13.
Johannes, zoon van wijlen Jacobus Matheeusz, is testamentuitvoerder van het testament van wijlen Adrianus, zoon van wijlen Henricus van den Heesecker. De twee andere testamentuitvoerders zijn Petrus, zoon van wijlen Lucas van den Doyenbraicken en Henricus, zoon van wijlen Goswinus Ghysbertsz. De testamentuitvoerders verkochten een cijns van 3 Carolusgulden aan priester heer Goswinus Peters van Erp ten behoeve van de minderjarige kinderen van wijlen Cornelis, zoon van wijlen Henricus Arntsz. De cijns wordt betaald uit een akker genoemd 'die Tweberch' te Rosmalen.
(Bron: BP 1380, fol. 322-322v)

14.
Op 6 juli 1564 werd Johannes, zoon van wijlen Jacobus Matheeusz, lakenkoopman, blokmeester van het blok van de Markt in 's-Hertogenbosch genoemd. De zorg voor de zogenoemde thuisarmen was in blokken georganiseerd.
(Bron: BP 1384, fol. 403v-404)

15.
Van de akte van verdeling van het bezit van Jan is helaas alleen het voorblad teruggevonden. Hieruit blijkt dat hun goed op 13 februari 1608 verdeeld werd door hun kinderen: 'Jacob, Jan ende Cornelis, ende Maria hen sustere, kynderen wylen Jans sone wylen Jacops Matheeussen in den Ryder, van zelven Jan Jacops ende zaliger Anna syn huisvr(ouw), dochter wylen Jan Jorisz van den Steen, tsamen verwect'. Vermoedelijk zijn de kinderen op volgorde van hun leeftijd vermeld (de oudste eerst).
(Bron: BP 1854, fol. 266)
Afkortingen Historische sites