Claes van der Asseldonck Wellen van der Asseldonk Jacob Matheus Jacobszn Jacob Hendrick Jacobszn

Jan


Woonplaats: 's-Hertogenbosch

Geboren: in 1595
          Vader  : Cornelis, zoon van Jan Jacobs Rijders van der Asseldonck
          Moeder: Elizabeth van Erp van Ponsendael

Overleden: in 1633


Gegevens

1.
Jan werd op 28 maart 1595 in de Sint-Jan in 's-Hertogenbosch gedoopt.
- Vader: Cornelis Janss
- Peetvader: plebaen Havens
- Peetmoeder: Geertruijt Janss (vermoedelijk de vrouw van Cornelis' broer Jan)
(GA 's-Hertogenbosch, doopboeken Sint-Jan, inv. nr. 3A, fol. 39)

2.
Jan legde op 26 januari 1612 in Leuven het determinaatsexamen artes af. Hij studeerde ook theologie. Hij behaalde de baccalauraetsgraden biblicus (1616) en formatus (10 november 1620). In 1621 promoveerde hij in Douai tot S.T.L. (licentiaat in de Godgeleerdheid).
(Bron: Bots, H., J. Matthey en M. Meyer, Noord-Brabantse studenten te Leuven (1550-1750)159)

3.
Op 9 september 1613 maakte de Bossche geestelijke Gijsbertus Couverincx, een oom van Jans moeder, zijn testament op. Hij legateerde onder andere: 'item legat magistro Gisberto Cornelii ab Asseldonk, cognato suo, summam Theologicam divi Thomae in tribus volumnibus a Plantino impressam in quarto et Lessium de jure et justitia, sic tamen, ut Joannes ipsius frater, si a promotione sacrae Theologicam, quam pater ad ipsium misit, et legat dicto Biblia Romana in quarto impressan in officia Plantiniana.'
(Bronnen: Handelingen van het provinciaal genootschap voor kunsten en wetenschappen Noord-Brabant (1893) 178-193; Schuyl, Beurzenstichting I nr. 41, 457-464)

4.
C.R. Hermans, stelde in het midden van de negentiende eeuw de volgende bibliografie van Jan samen: 'Asseldoncq (Joannes van) werd in de laatste helft der XVI eeuw te S. Hertogenbosch geboren. Zijne voorbereidende letteroefeningen in zijne geboorteplaats bestudeerd hebbende, ging hij te Leuven zich op de wijsbegeerte en godsgeleerdheid toeleggen. Vervolgens aanvaarde hij den geestelijken staat en ging zich te Douaij nog meer in de theologie bekwaam maken, alwaar hij in 1621 licentiaat in die wetenschap werd, terwijl hij zich door zijne kennis in de kanonieke regten reeds eenen naam maakte. In 1629 was hij kanunnik van St. Gudula's kerk te Brussel, in welke betrekking hij den twijfelachtige een toeverlaat en vraagbaak was, die zich vergenoegde, wanneer hij den raad behoevenden kon helpen. Van Asseldoncq is omtrent het jaar 1640 te Brussel overleden, nadat hij geruime tijd aan allerlei verzwakking en ziekelijkheid gezukkeld had; hetgeen hem belette om tot de zeer nuttigen verhandeling: a. de scrupulis et eorum remediis in het licht te geven. Behalve dezer letter (..) heeft hij uitgegeven: 1e. Wetten van het Broederschap van het H. Sacrament van Mirakel in de St. Gudula's kerk te Brussel opgerigt. Brussel 1692, 12. De Kok meldt ons dat van Asseldonck het broederschap van het H. Sacrament van Mirakel te Douaij zoude ingesteld, en er de ordonnantien en bepalingen van te Brussel in 1629 zou hebben laten drukken, dat hij uit Valerius Andreas, welken hij ten waarborg aanvoert, verkeerd afgeschreven heeft. Zie Val(erius) Andreas, Poppens I 566; Van gils 186; De Kok IV, dl. 1374 (of 37a?).'
(Bron: Bibliotheek van het Provinciaal genootschap voor kunsten en Wetenschappen, handschrift, inv. nr. HS D34c, 292, C.R. Hermans, N. Br. letterkundige geschiedenis, midden 19-de eeuw)

Jan overleed niet rond 1640 in Brussel, maar in 1633 in 's-Hertogenbosch.

5.
Jans vader overleed in 's-Hertogenbosch tussen 1621 en 1624.

6.
Op 17 december 1624 erfde hij van zijn neef Henrick van Asseldonck een deel van De Pijnappelse Hoeve te Moergestel.
(Bron: BP 1856, fol. 416-421v)

7.
In 1625 verwierf hij samen met zijn zus Anna in totaal voor 90 gulden aan erfcijnzen uit goederen te Erp plus 10 gulden eens, afkomstig van zijn moeders en haar familie.
(Bron: BP 1500, fol. 277-283v; 1536, fol. 446v-450v)

8.
Ook bezaten Jan en Anna de 'Asseldonckse hoef' in Veghel op de Heihoef (Jekschot).
(Bron: BP 1475, fol. 156v, SABNO, depot Veghel, Archief Jekschot, Leenboek)

9.
Jans moeder overleed in 1627 of 1628 in 's-Hertogenbosch.

10.
Op 21 maart 1617 had zijn vader het 'Huijs van Nuenen' in 's-Hertogenbosch gekocht. Na de dood van zijn vader en moeder kwam dit huis toe aan Jan en zijn zus Anna. Op 3 februari 1628 verkochten 'heer Jan van Asseldonck, priestere, licentiaet in der Godtheijt en canonick der collegiale kercke van S(in)ter Goedelen binnen der stadt van Bruessele voors(creve) met jouffv(rouw)e Anna van Asseldonck, syne sustere, beyde kinderen wylen Cornelis van Asseldonck en jouffv(rouw)e Elysabeth Henricx' via hun gemachtigde Sebastiaen Smits, pater in het Sint-Andries klooster te Orthen, het 'Huijs van Nuenen' op de Windmolenberch in 's-Hertogenbosch met nog een huisje daarnaast dat gebouwd was door priester Goyaert van Engelant, aan jufvrouw Catharina Rogiers van Wercke.
(Bron: BP 1543, fol. 152-153v)

Kort daarvoor hadden Jan en Anna al een stuk van het erf verkocht voor de versterking en verbreding van de stadswallen.
(Bron: Van Sasse van Ysselt, A.F.O., Voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch ('s-Hertogenbosch 1910), deel 3, 52)

11.
Jan verwierf een cijns van 10 gulden uit goederen te Erp. Op 11 januari 1630 was deze cijns van Rogier van Boxmeer. Jans zus Anna van Asseldonk legateert in 1638 een bedrag van 600 Rijnsgulden aan de zoon van Rogier van Boxmeer voor diens studie, 'waer inde myn broeder sal(iger) my mondelyck belast heeft'.
(Bron: BP 1536, fol. 446v-450v; ARA Brussel, Openbare Onderstand Leuven, inv. nr. 4260)

Deze Rogier Antonius Rutten van Boxmeer was rentmeester voor Anna van Asseldonk (Jans zus).
(Archief van de abdij van Berne, stukken nagelaten door G. van den Elsen, Asseldonck protocollen, fol. 52 en 186)

12.
Jan van Asseldonk wordt verschillende keren genoemd in het dagboek dat bisscop MichaŽl Ophovius van 's-Hertogenbosch in de periode 1629-1632 bijhield. (Bron: Bossche Bijdragen XV (1937-1938))
- 16 november 1629: De bisschop heeft een brief beantwoord die de heer J. Asseldonk, kanunnik te Brussel, heeft geschreven ter aanbeveling van de heer Joannes van Maren, president van het toen vernietigde Bossche seminarie.
- 1 mei 1630: De bisschop schrijft aan de heer Montfort en de heer licentiaet Asseldonc, kanunnik te Brussel, dat de heer deken van Eindhoven te Brussel in een doodsstrijd ligt of al gestorven is. Hij had dit nieuws vernomen van de Eindovense pastoor, die hem in Geldrop opzocht. (De Eindhovense kapitteldeken Mathias Gerardi moet deze ziekte goed teboven gekomen zijn, want hij stierf in 1664.)
- 24 september 1630: De bisschop verblijft in de abdij van Postel. Daar ontvangt hij de heer Asseldonc, die een brief bij zich heeft van de priores van de Carmelietessen van Antwerpen, waarin die haar misnoegen uit over het bestuur van de priores in 's-Hertogenbosch.
- 5 oktober 1630: Heer Asseldonc wordt genoemd in verband met een of ander pensioen.
- 22 november 1630: De bisschop ontvangt een brief van heer Asseldonc, die over de beurzen schrijft die op 10 november in Schijndel gesticht zijn in het 'Collegio Majori Theologico' door Phillipus de Spina.
- 4 januari 1631: De bisschop heeft bezoek van de heer van belastingzaken, Laurentius van Lommel, die nieuws heeft over heer Asseldonc.
- 18 januari 1631: Heer Asseldonc is bij de bisschop op bezoek, samen met heer Nemius en heer Hendrik van Croonendael, raadsheer en griffier van financiŽn.
- 14 mei 1631: De bisschop verblijft in Aken en ontmoet daar onder andere de heer Asseldonc en J. Geysels, rector van den Ulenborch. Ze praten onder andere over de heer deken en de bisschop schrijft dat de heer Geysels en heer Asseldonc een andere toestand in het vaderland verwachten.

13.
Hoewel nog maar 35 jaar oud liep kanunnik Jan van Asseldonk begin 1631 met het plan rond om zijn testament op te maken. Met zijn zus Anna had hij enkele jaren daarvoor een vermogen van zijn ouders geŽrfd, het waren rumoerige tijden en Jan was wellicht ziekelijk, want hij stierf enkele jaren later. Jan wilde zijn zus Anna tot enig erfgenaam benoemen, maar wilde ook een deel van zijn vermogen voor een goed doel besteden. In 's-Hertogenbosch was sinds de verovering van de stad door de Staatse troepen in september 1629 de uitoefening van de katholieke godsdienst verboden en Jan wilde in Aken een weeshuis oprichten. Voor wezen werd in die tijd nog weinig gedaan. Hij had ervaren van zijn familie van moeders kant dat wezen in grote armoede op kunnen groeien, wat 'ongemaniertheyt' tot gevolg kon hebben. Op 6 maart 1631 sloten Jan en Anna van Asseldonk een akkoord met het gemeentebestuur van Aken. Jan en Anna beloofden na hun beider dood een jaarlijkse rente van 600 gulden voor een op te richten weeshuis te schenken, als het stadsbestuur een huis kochten en voor meubilair, stookmaterialen en dergelijke zou zorgen.

Op 7 mei maakte Jan van Asseldonck in Brussel zijn testament op. Hij laat alles na aan zijn zus Anna. Een van de getuigen was de geestelijke Jan Gysels, rector van het klooster de Uilenburg in 's-Hertogenbosch. Na het opmaken van het testament reist Jan Gysels met Jan van Asseldonck mee naar Aken, wellicht in verband met het op te richten weeshuis. Op 14 mei ontmoetten ze daar de Bossche bisschop Ophovius. Op 25 mei 1631 ging men in Aken akkoord met de door Jan en Anna opgestelde voorwaarden.

Jan overleed in 1633 en Anna in 1638. Op 9 juni 1639 gaf het stadsbestuur opdracht om een bedrag van 9.600 gulden, die een jaarlijkse rente van 600 gulden oplevert, in ontvangst te nemen. Dit bedrag werd door de testamentuitvoerers van Anna van Asseldonck op 6 mei 1640 betaald. Het stadsbestuur spande hierna een rechtszaak aan om ook de rente over 1639 te ontvangen. Ze wonnen dat geschil en op 29 maart 1641 werd ook die 600 gulden uitbetaald. Hierna trokken al snel de eerste wezen in het weeshuis, waar ze een ambacht leerden en ook godsdienstonderwijs kregen. Op 2 mei 1656 werd bijna heel Aken, inclusief het weeshuis, door een grote brand verwoest, maar het weeshuis werd hierna weer opgebouwd.
(Bronnen: Quix, Chr., Beitršge zur Geschichte der Stadt und des Reichs von Aachen, bd. 2 (Aachen 1838) 90-95; ARA Brussel, register van testamenten nr. 4, fol. 148-149v; Openbare Onderstand Leuven, inv. nr. 4260)

14.
Op 7 mei 1631 werd in Brussel Jans testament opgemaakt. Jan wilde dat er voor zijn zielerust 500 missen zullen worden gelezen en benoemde zijn zus Anna tot enig erfgenaam. Hij benoemdde 'synen neve heer Godevaert van Santvoort, priester ende licentiaet in de rechten' tot testamentuitvoerder. Deze Godevaert was een neef van Jans moeder.
(Bron: ARA Brussel, register van testamenten nr. 4, fol. 148-149v)

15.
Jan overleed op 10 december 1633 in 's-Hertogenbosch en wordt begraven in het klooster te Orthen.
(Bron: ARA Brussel, register van testamenten nr. 4, fol. 148-149v)

16.
In het testament van zijn Anna (van 16 juli 1638) wordt Jan enkele keren vermeld:
- Jan van Asseldonk was de peetvader van Maria, dochter van advokaat J. Volders te Brussel.
- Anna betaalde een achterstallige schuld van haar broer Jan voor gemaakte kosten 'tot gemeijnen behoeve' en bij de 'gemeijne clergie wijnkelder' in Brussel.
- Jan Janssen Eversen was dienstbode geweest bij Jan en aan hem verwant.

17.
In 1643 wordt Jan van Asseldonk in een publicatie 'raadsman van velen' genoemd.
(Bron: Valeri, Andreas, Bibliothecae Belgicae 1643, 450; Foppens, J.F., Bibliothecae Belgicae 1739, deel 1, 566.)
Afkortingen Historische sites