Geerdina
Foto gemaakt in 1950 t.g.v. de zilveren bruiloft
Achterste rij v.l.n.r.: Maria, Toon jr., Siena, Jans Kanters (verloofde van Lenard)
en Lenard. Voorste rij v.l.n.r.: Toon, Dina en grootmoeder Sijn.
Woonplaats: Sint-Oedenrode, later Mariaheide
Geboren: in 1889
Vader: Antonius, zoon van Johannes Theodorus van Asseldonk
Moeder: Francina, dochter van Johannes van Boxtel
Overleden: in 1978
Gegevens:
1.
Geerdina (roepnaam Dina) werd in Veghel geboren op 7 november 1889.
(Bron: PA Veghel)
2.
Tussen 1892 en 1910 was ze enige tijd dienstbode bij G. van Lith aan de Doornhoek in Zijtaart.
(Bron: NAA Veghel, bevolkingsregister.
3.
Op 31 oktober 1919 verhuisde ze van Vught naar Tilburg. Daar verbleef ze tot 19 december 1919. Ze woonde er bij
de zusters van Barmhartigheid.
(Bron: GA Tilburg, bevolkingsregister)
4.
Binnen het gezin van Toon en Sijn werden in eerste instantie vrijwel alleen dochters geboren. Om deze dames
ook nuttig bezig te laten zijn werd de poffermakerij ter hand genomen. Deze poffermakerij met aanverwante
producten als hoeden, mutsen e.d. heeft een behoorlijke omvang genomen. Dina heeft dit ook vele jaren gedaan
en stond als zeer vakkundig bekend. Mede onder haar leiding leverde dit behoorlijke neveninkomsten op die
bij een dergelijk groot gezin goed van pas kwamen. Grootvader Toon zou in die tijd eens gezegd hebben: "In
het voorhuis wordt meer verdiend dan in het achterhuis."
De boerderij was aanzienlijk aan de voorzijde uitgebreid en er was een ruime naaikamer ingericht waar poffers e.d.
gemaakt werden. Hierin was, naast enkele andere zusters, vooral Dina de grote drijfveer en vakkundige, terwijl Trui
de specialist was in het maken van (zwarte) mutsen. Niet alleen het maken van poffers, hoeden, mutsen e.d. werd
aangepakt, ook dreef men daarnaast een handel in bijbehorende attributen. In 1930, toen de dochters vrijwel allemaal
het huis uit waren, zijn ze gestopt met de poffermakerij.
(Bron: Gerard en Annemarie van Asseldonk, Toon & Sijn van Asseldonk. Het dunne draadje met een omvangrijke buit. (Veghel 2005) 29-48.)
5.
Op 11 mei 1925 trouwde ze met Antonius (roepnaam Toon) Bekkers. De bruidegom was op 14 juni 1892 in Sint-Oedenrode
geboren, als zoon van Leonardus Bekkers en Anna Maria van Kemenade. Hij was een neef van Graard Bekkers, die trouwde
met Martina van Asseldonk, een zus van de bruid.
(Bron: Gerard en Annemarie van Asseldonk, Toon & Sijn van Asseldonk. Het dunne draadje met een omvangrijke buit. (Veghel 2005) 47.)
6.
Uit dit huwelijk werden geboren:
- Leonardus (roepnaam Lenard), op 24 maart 1926. Hij trouwde op 20 mei 1958 met Adriana (roepnaam Jans) Kanters.
- Francina (roepnaam Siena), op 1 juni 1929. Zij trouwde op 16 februari 1960 met Camilius (roepnaam Camiel) de Rijk.
- Antonius (roepnaam Toon), op 24 mei 1920. Hij trouwde op 24 mei 1960 met Gijsberdina (roepnaam Diny) van de Berg. Antonius
is op 26 september 2003 overleden.
- Maria, op 1 februari 1935. Zij trouwde op 3 juni 1958 met Theodorus (roepnaam Theo) van Boxmeer. Maria is op 26 april 1997
overleden en Theo van Boxmeer overleed op 31 januari 2003.
(Bron: Gerard en Annemarie van Asseldonk, Toon & Sijn van Asseldonk. Het dunne draadje met een omvangrijke buit. (Veghel 2005) 47-48.)
7.
De ouders van Toon hadden 3 boerderijen in Sint-Oedenrode. Dina en Toon zijn na hun trouwen in 1925 op het oude
stamhuis gaan wonen, dat zij huurden van de ouders van Toon. In eerste instantie heeft Toon geboerd, maar langzaamaan
is hij de handel in gegaan. Zij hadden wel een 'grote' meid en een 'grote' knecht in dienst. Dat betekent dat deze
meid en knecht volwassen waren. De meid verdiende 150 gulden per jaar en de knecht verdiende 250 gulden per jaar
plus kost en inwoning. De meid sliep op de opkamer en de knecht sliep op zolder. Beiden hadden slechts een dekenkist
met persoonlijke bezittingen.
Diny en Toon hebben in 1935 een nieuwe boerderij gebouwd in Mariaheide op de grond van Toon en Sijn. Zij hebben een
echte boerenverhuizing gehad. Dat betekent dat zij door alle boeren van het dorp waar zij naar toe gingen, Mariaheide
dus, opgehaald werden. Alle boeren kwamen met hun karren en brachten het huisraad van Sint-Oedenrode naar Mariaheide.
Vanzelfsprekend werd er onderweg bij een café wel even gestopt. De reden waarom zij verhuisden is dat Toon echt
genoeg had van boeren en definitief de handel in wilde. Lange tijd heeft Toon handel gedreven per trein. Dan gingen
er zelfs kalveren per trein van Veghel naar Rotterdam. Later gebeurde dit per vrachtauto. Lang heeft Toon in de
handel gezeten met zijn twee zoons, Toon en Lenard. Zij hadden daar een telefoon voor nodig en zo waren zij dan ook
een van de eerste families in Mariaheide die een telefoon hadden. Om die reden hadden zij ook lang een bordje
"brandmelding" buiten langs de voordeur op de muur gehad. Als er ergens brand was dan moest je zo snel mogelijk naar
een huis gaan met dat bordje "brandmelding" zodat daar met de telefoon de brandweer gewaarschuwd kon worden. Ook
vanwege de handel hadden zij een van de eerste auto's in Mariaheide.
Dina heeft tijdens haar zwangerschappen altijd veel op bed gelegen. Lenard ging dan naar op en oma Van Asseldonk toe,
daar bleef hij dan ook slapen. Hij herinnert zich dat hij dan in een grote kastla sliep ook al was hij toen zo'n 4 jaar.
In die tijd waren nog niet alle kinderen van Toon en Sijn getrouwd en die woonden dan ook nog thuis. Lenard weet dan
ook nog dat Martina, Tinus, Dorus, Jan en Nol thuis woonden. Lenard moest, toen hij wat ouder was, in het weekend vaak
meehelpen bij het melken van de 14 koeien van opa Toon. Aangezien zijn broertje Toon naar opa Toon vernoemd was mocht
die vaak mee gaan wandelen met opa Toon. Lenard weet nog dat hij ze samen over de rails van de tramlijn zag lopen en
probeerden hun evenwicht te bewaren. Met Sijn ging Lenard altijd jokeren op zondag. Siena is een van de kleinkinderen
geweest die mee voor oma Sijn gezorgd heeft aan het einde van haar leven. Toen Sijn overleden was, in 1959, mocht Jans,
de vrouw van lenard, niet mee om afscheid te nemen van Sijn toen zij in de kist lag. Jans was namelijk zwanger van haar
eerste kind. In die tijd was het gebruikelijk dat je als zwangere vrouw niet naar een opgebaarde dode ging kijken.
Zij herinneren zich dat Sijn last had van haar rug totdat een wichelroedeloper had ontdekt dat haar bed precies op een
waterader stond. Toen begrepen zij ook waarom hun kippen altijd het midden van de hort vrij lieten. Ook daar, midden
onder de hort door, liep een waterader. De kippen voelden dat echter haarfijn aan en gingen daar dus niet boven zitten.
In mei 1940 zei Maria: "kijk wat een gekke auto". Dit bleek een Duitse auto te zijn die over de weg reed voor hun
huis. De volgende ochtend kwam vader Toon naar de slaapkamer van de kinderen met de mededeling dat zij niet naar school
hoefden omdat het oorlog was. Zij vonden het vooral leuk op dat moment dat ze niet naar school toe hoefden. Lenard
herinnert zich dat hij in september 1944 in de Hei op het land aan het werk was en dat hij een Duitser op de fiets
tegen kwam, deze ging naar het huis van ome Bert. Lenard zag dat hij daar een handgranaat in de schuilkelder gooide.
Bij hen thuis hadden ze ook een schuilkelder gemaakt. Ze hadden een gat gegraven en daar bielzen overheen gelegd.
Enkele keren hebben ze daar ook in gezeten. In september 1944 is een granaat vlak naast het huis gevallen, maar verder
hebben zij weinig van de oorlog meegekregen. Toen ze bevrijd waren zijn veel mensen uit Mariaheide naar Veghel gaan
feesten, terwijl er in Erp op dat moment nog gevochten werd. Op de weg van Veghel kwamen zij langs Amerikaanse auto's
die kapotgeschoten waren en waar zelfs nog dode Amerikanen in zaten. Halverwege is het feest afgebroken, omdat de
Duitsers de corridor opnieuw aanvielen. Gelukkig vertelt de geschiedenis ons dat de bevrijding kort daarna toch echt
gevierd kon worden.
(Bron: Gerard en Annemarie van Asseldonk, Toon & Sijn van Asseldonk. Het dunne draadje met een omvangrijke buit. (Veghel 2005) 48-49.)
8.
Antonius Bekkers overleed op 17 december 1970.
(Bron: Gerard en Annemarie van Asseldonk, Toon & Sijn van Asseldonk. Het dunne draadje met een omvangrijke buit. (Veghel 2005) 47.)
9.
Zijn bidprentje schrijft o.a.: 'Ter liefdevolle gedachtenis aan Antonius Bekkers, echtgenoot van Geerdina van
Asseldonk, geboren te St. Oedenrode 14 juni 1892 en, gesterkt door het H. Sacrament der Zieken, overleden te Veghel
in het St. Joseph-ziekenhuis, 17 december 1970. Te ruste gelegd op het kerkhof te Maria-Heide 22 december d.a.v.
Toontje Bekkers, zo noemden wij hem, zo was hij bekend ver buiten zijn naaste omgeving, niet alleen omdat hij niet
groot van gestalte was, maar vooral omdat hij gezien was en bemind om zijn persoonlijkheid - hij was een eerlijk mens
in handel en wandel - opgeruimd van karakter, met 'n nuchtere kijk op de dingen. Hij was 'n moedig mens in tegenslag
ook in het dragen van zijn ziekte - 'n meegaand mens maar toch wel zelfstandig dekend, meelevend en behulpzaam. Hij
was 'n godsdienstig man, eerlijk ook tegenover God, oprecht zonder tierlantijnen. Hij genoot van het goede en mooie
in het mensenleven, maar leefde niet voor zich alleen - een man van plicht, een liefdevolle echtgenoot; 'n zorgzame
vader voor zijn gezin, vrouw en kinderen, voor wie hij alles over had; vol belangstelling voor de gang van zaken tot
het laatste toe.'
10.
Geerdina overleed op 14 juli 1978.
(Bron: Gerard en Annemarie van Asseldonk, Toon & Sijn van Asseldonk. Het dunne draadje met een omvangrijke buit. (Veghel 2005) 47.)
11.
Haar bidprentje schrijft o.a.: 'Ter herinnering aan Gerdina van Asseldonk, weduwe van Antonius Bekkers, geboren te
Veghel 7 november 1889 en gesterkt door het Sacrament van de Ziekenzalving overleden te Veghel 14 juli 1978. Wij hebben
haar lichaam - in afwachting van de verrijzenis - begraven op het r.k. kerkhof van Mariaheide op 18 juli 1978. Hoewel
wij erop bedacht waren, dat moeder zou gaan sterven, is zij toch nog onverwacht uit dit leven heengegaan. In
dankbaarheid voor alles wat zij voor ons heeft betekend en gedaan, bewaren wij in ons hart de herinnering aan haar
als een goede moeder en een lieve oma. Zij heeft zich ingezet voor haar gezin, zij was een bezorgde echtgenote. In een
oprecht christelijk geloof vond zij de kracht om de kruizen, die het leven op deze aarde voor ons meebrengt, te dragen.
Zij was er blij mee, dat zij tot op zeer hoge leeftijd een goede verzorging en verpleging kreeg thuis bij haar
schoondochter. Zij was er gelukkig mee als de kleinkinderen haar hielpen en gezelschap hielden. Zij was tevreden,
ondanks de ongemakken van de oude dag. "Als ik mijne rozenkrans en mijnen bril maar heb", placht zij te zeggen.' |