Claes van der Asseldonck Wellen van der Asseldonk Jacob Matheus Jacobszn Jacob Hendrick Jacobszn

Familie van Aert van Asseldonk



Handtekeningen uit 1797
Klik op de afbeelding voor grotere weergave.

Woonplaatsen: Veghel, Erp en Gemert

Beroep: boer

Geboren: in 1745
          Vader  : Hendrick, zoon van Hendrick Hendricks van Asseldonk
          Moeder: Jenneke, dochter van Adriaen Vogels

Overleden: in 1804

Gehuwd in 1767 met: Catharina, dochter van Dielis Hoppenaars

Kinderen uit het eerste huwelijk:

- 1768 in Veghel: Dorothea
- 1770 in Veghel: Hendrina
- 1772 in Erp : Dirck
- 1774 in Erp : Johannes
- 1778 in Erp : Adriaen
- 1782 in Erp : Maria


Hertrouwd in 1797 met Joanna, dochter van Hendrick van Rooij

Kinderen uit het tweede huwelijk:

- 1798 in Gemert: Johannes
- 1800 in Gemert: Catharina
- 1802 in Gemert: Hendrick
- 1804 in Gemert: Aert


Gegevens:

1.
Arnoldus (of Aert) werd op 11 februari 1745 in Veghel gedoopt.
(Bron: RANB, DTB Veghel)

2.
In 1638 waren er studiebeurzen gesticht door de Bossche Anna van Asseldonk. Familieleden hadden voorrang, alsmede arme kinderen uit Erp, Veghel en Sint-Oedenrode. In 1762 schreef de Veghelse pastoor een brief aan het Groot Begijnhof in Leuven, met het verzoek drie Veghelse jongens in aanmerking te laten komen voor een beurs. Het waren:
- Arnoldus, zoon van Hendrix van Asseldonck, 17 jaar
- Lambertus, zoon van Jan Verbruggen, 13 jaar
- Lambertus, zoon van Hendrick van de Ven, 17 jaar
Op de brief staat aangetekend deficunt probe, wat betekent dat geen verwantschap met Anna van Asseldonck aangetoond kon worden.
(Bron: ARA Brussel, Openbare Onderstand Leuven, inv. nr. 5273)

3.
Op 2 mei 1767 gingen voor Veghelse schepenen in ondertrouw: 'Aert Hendrike van Asseldonk, jongman, out omtr(ent) 24 jaeren, ende Catharina Dielis Hoppenaars, jongedogter, out omtr(ent) 23 jaeren, beijde geboortig en wonende alhier.' Ze trouwden op 17 mei 1767.
(Bron: RANB, DTB Veghel)

4.
In 1772 werd Arnoldus nog genoemd als bewoner van een huis in Veghel op het Ham. In hetzelfde jaar wordt als nieuwe bewoner genoemd: Hendrik van Hooft.
(Bron: OAA Veghel, inv. nr. II-E-200)

Op 15 december 1772 werd een kind van Arnoldus in Erp gedoopt.
(Bron: RANB, DTB Erp)

De conclusie is dat Arnoldus in 1772 van Veghel naar Erp verhuisde.

5.
Op 22 juni 1782 verhuisden van Erp naar Gemert: Aart van Asseldonk, gehuwd met Catharina Dielis Hoppenaars en zijn kinderen: Dorothea, Hendrina, Dirk, Johannes, Adriaan en Maria.
(Bron: SABNO, depot Veghel, bibliotheek, onlastbrieven)

6.
Op 27 december 1786 deelden de kinderen van Hendrik van Asseldonk het goed van hun ouders. Aart Hendrik Hendrice van Asseldonk kreeg:
- een perceel akker- en weiland op Ham, groot circa 2 lopens
- een weiland op het Ham, 'het Nieuwvelt', groot circa 1 lopens
- 225 gulden van het mede-erfgenaam Marten Hendrik van Asseldonk
'Art Hendrick van Asseldonk' tekent met zijn eigen naam.
(Bron: RA Veghel, inv. nr. 109, fol. 217-220)

7.
Catharina, echtgenote van Arnoldus van Asseldonk, wonende in Gemert aan Pandelaar, werd op 16 juli 1793 in Gemert begraven.
(Bron: GA Gemert-Bakel, DTB begraven Gemert, register 23, p. 83 R19; register 25, p. 4 R22)

8.
Inventaris van de goederen die werden aangetroffen in de huishouding van Aart Hendricks van Asseldonk, na het overlijden van zijn echtgenote Cathrina Dilis Hoppenaers d.d. 7 oktober 1797.

een hooge kar
een laage kar of mistkar
een ploeg
twee eegen
een pers
ses koebakken
een ijseren sopketel
een pertsbak met reepen
vier braaken
twee swong stapels
een reep
drie mistrieken
drie gavels
twee tus-schappen
een heysigt
twee schoepen
een schup
drie vlegels
twee wannen
twee sneybakken
een sneymes
eenen houtere asbak
een haal
een tang
een vuurijser
twee tobben
een boter stant
een vloot
een kapmes
een waskuyp
een gieter
een ton
een kruijwagen
twee seysens
twee sigtens
een haargetouw
een spaey
een haam
een saal
een ligt
twee paar hagten
een helfster
eenen koperen handketel
een koperen kleyn ketelke
een koperen (koekelskoof?)
wasketelke
een koperen pijppot
een koperen panneke
een koperen vuurpan
een koperen room of melksey
een ijseren struyfpan
een ijseren ketel
een ijseren moespot
een houteren emmer
een tinne schotel
een tinne kom
een tinne geneverkom
vijf tinnen schotelen
vijfthien lepels
een houtere boter schotel en lepel
eenen boter kurf
een groote kas
een kleine kas
eenen trog
agt drie stapelse stoelen
een tafel
een kist
een karkistjen
een koffiemolen
een lanteerne van blek
drie ijseren lampen
een houten huys horlogie
een schotelrek sonder kas
twee kaffe bedden
twee wolle dekens
thien slaaplakens
agt tafellakens
ses handdoeken
een pandel
een strijkijser
twee ijseren bouten
een spinnewiel
een blekke room of melkmaat
eenen broodbak
 een fijn meel seef
een haspel stelling
drie haspels
een houtere schaal
drie ponden loot gewigt
een houteren deurslag

alnog opgegeven:
twee tafellakens
twee hand-doeken
vier tinne lepels
een schotelrek
drie tinnen borden
een tinnen schotel
een koperen ketel
een grutmolen met sijn behooren
twee kuypen
vijf seven
eenen weymolen
een houtere korenvat
eenen wan
twee drie stapele stoelen
een groote stoel
een veeren bed
twee veereb hoofdpeluws
een wollen deken
twee paar slaaplaken

9.
Op 7 oktober 1797 deed Aart van Asseldonk na het overlijden van zijn echtgenote afstand van zijn vruchtgebruik ten gunste van zijn kinderen. Hij bepaalde daarbij het volgende:
- hij hield voor zichzelf 'twee tafellakens, twee handdoeken, vier tinne lepels, een schotelrek, drie tinnen borden, een tinnen schotel, eenen koperen koffiepot, een steenen pot, een koperen ketel, een grutmolen met daar toebehorende, twee kuypen, vijf seeven, een weymolen, een houteren korenvat, eenen wan, twee stoelen met drie stapels, een groote stoel, een pluymen bed, hoofdpeuluws, eem wolle deken en twee paar slaaplakens.'
- Hij bleef het huis in de Pandelaar bewonen en de akkers en weilanden gebruiken.
- Hij beloofde aan zijn zes kinderen de onroerende goederen met Pinksteren 1799 te zullen ontruimen, op voorwaarde dat zijn kinderen hem het logie, kost en drank tot die tijd zullen geven; en dat ook wanneer Aart voor die tijd zou hertrouwen.
- Zijn kinderen betalen hem voor het vruchtgebruik 400 gulden.
- Ook zullen zijn kinderen aan hem leveren: 25 vaten rogge, 25 vaten boekweit en 25 vaten haver.

Op dezelfde dag sloot Aart een huurkontrakt met zijn kinderen:
- verhuurd werd een 'huysinge, schuur, bakoven en hof met aanhoorige groes en teullanden', groot circa 29 lopens, gelegen in Gemert in den Pandelaar.
- De huurovereenkomjst is 12 jaar van kracht.
- Het huis met toebehoren zullen de huurders op Pinksteren 1899 aanvaarden, hoven en gars half maart 1799 en het akkerland na de oogsat in 1799.
- De huurprijs bedraagt 100 gulden, 20 ponden boter. Ook krijgt Aart 10 roeden akkerland voor het poten van aardappels, of ander gebruik. De eerste termijn dient betaald te worden op kerstmis 1800.
- De huurders zullen elk jaar twee vlimmen dakstro met een gewicht van 800 pond moeten leveren, met daarbij spijkers, latten en dekroeden. ook moeten de huurders het dekloon betalen.
- De wanden van het huis en de hekken of draaibomen moeten goed onderhouden worden. In ruil daarvoor mogen de huurders het schaarhout gebruiken.

Op 8 november 1797 werden op de voorgaande akte nog enkele aanvullingen gemaakt. Aart was inmiddels hertrouwd met Joanna Dirks van Rooij:
- de kinderen moesten vijf nieuwe hemden leveren voor zijn nieuwe echtgenote; met 'eenen voorschoot van gemeen linnen, een paar kousen, een paar schoenen, en eenen tierentijen vrouwenrok'.
- en voor hun vader: 'drie nieuwe hemden, een linne broek, eenen wambas, eene sloov van gemeen linnen, een paar beensletten, de helfte van het beste verken thans bij sijne kinderen in de kooij staande, thien steenen geswongt vlas, de helft van het saat, de helft van het saat sullende voortkomen van den stooven die thans op hun veld staan, de helft van baggert en tusschen, welke thans bij hun in de schuur sijn, een derde part van erten, boonen, aardappels en ingesoute koolen en boonen, twaalf ponden van het tweaden werk of soo genaamd oborsten werk, alsmede dit jaarlijks het mist te geven tot de thien roede land'.
- De kinderen beloven alle lasten, pachten en cijnsen te betalen en zullen de tiende van 1794, ten bedrage van 75 gulden, betalen.
(Bron: RANB, RA Veghel, inv. nr. 155, fol. 185-193; Peter van den Elsen, Geschiedenis van de Familie Van Asseldonk, (niet uitgegeven manuscript (Gemert 1992) 27-29)

10.
Op 29 oktober 1797 hertrouwde Aert van Asseldonk in Gemert met Joanna van Roij. Joanna werd op 7 november 1778 in Gemert geboren als dochter van Hendrick Jansen van Roij en Joanna Arnoldus Verschuyl.
(Bron: RANB, DTB Gemert; Peter van den Elsen, Geschiedenis van de Familie Van Asseldonk, (niet uitgegeven manuscript (Gemert 1992) 25)

11.
Peter van den Elsen, 'Tis krimineel. Laurens van den Boom "De Schrik van Gemert', in: Gemerts Heem, (1980) 65-71. (..) De processtukken van het geval Laureijns van den Boom tellen zo'n slordige vijftig folio's. In onderstaand artikel zijn deze samengevat en verwerkt tot een relaas alsof ik als verslaggever het geburde op devoet heb gevolgd.

Noot: Laureijns Janssen van den Boom werd gedoopt te Gemert 24 februari 1779 als zoon van Joannes Hubertus van den Boom, die trouwde te Gemert 8 januari 1753 met Crnelia Laureijns van der Heijden, zie DTB; de processtukken: RANB, RA Gemert, inv. nr. 84, fol. 108-127, 156-157v; idem d.d. 25 september 1802; idem RA Gemert, inv. nr. 50 fol. 75-79 voor diverse dagvaardigingen en de uitspraak.

Een eerste schermutseling
GEMERT - Op dinsdag 13 oktober 1801 gaat Antony Dirks van Weijenberg (20) 's middags rond half vier de herberg van Johannes van den Crommenacker in de Pandelaar binnen. Binnengekomen ontmoet hij Laureijns Janssen van den Boom (22), groet hem vriendelijk en zegt: "Zo, ben jij ook hier". "Zo je ziet", zegt Laureijns en vraagt aan Antony: "Wil jij met mij mee naar buiten komen, want ik wil jou spreken, maar bovenal, omdat ik met jou een mesgevecht wil aangaan!" Antony, die de grond hiervan niet inziet, wijst Laureijns erop dat er tussen hen toch geen ruzie of vijandschap bestaat. "Integendeel", zo verweert Antony zich, "we zijn immers vrienden, waarom moeten wij dan vechten? En trouwens, hoe kan ik met jou nou een mesgevecht aangaan, ik heb namelijk geen mes bij me!" Laureijns wacht niets af, neemt Antony bij de arm en sleurt hem door de achterdeur naar buiten. Daar gekomen vraagt Laureijns zonder dat er enige grond voor bestaat: "Wil jij gestoken worden?" Nog voordat de nietsvermoedende Antony kan antwoorden trekt Laureijns zijn mes en snijdt terstond Antony door zijn rok en kamizool. (Volgens Van Dale is een kamizool een kledingstuk voor mannen, een soort lang vest met mouwen.) Antony, gewaarwordend wat er is gebeurd, zet het op een lopen en kan zo ontkomen.

Op de vlucht Judocus Goorts van den Elsen (56) is op deze dinsdag op weg met een 'runderbeestje of maalke' van de Saagt in De Mortel naar zijn boerderij op Esdonk. Bij het Kruiseind wordt Joost opgeschrikt door een schreeuwende en vloekende Laureijns van den Boom, die met een mes Joost en zijn rund te lijf wil gaan. Joost schrikt, laat zijn maal los en zoekt een goed heenkomen. Hij weet zich te verbergen tussen twee huizen in een zogenaamde gang en ziet Laureijns naar de Haageijk lopen waar hij de herberg van Aart van Asseldonk binnengaat. Na enige tijd gaat Joost op zoek naar zijn rund. Hij vindt haar in de hof van Peter van Hassem op het Kruiseind en na het maaltje gekalmeerd te hebben zet hij zijn wandeling naar Esdonk voort.

Drie noten voor een oordje In het begin van dinsdagavond 13 oktober zitten in de herberg van Aart van Asseldonk in de Haageijk: Laureijns van den Boom, Hendrik Stokwilder alias Heijn Bos(se)-nel (31) uit de Haag en wever van zijn ambacht, Johannes Christiaan van Berlo (28), Peter Mathijs van den Elsen (23), Pero Peter Schoonens (40), Hendrik Willems van der Sanden (22), Jacobus Janssen van Schijndel (46), Aart van Asseldonk (57), herbergier, Joanna van Rooij (23), 2de echtgenote van Aart van Asseldonk, Maria Aarts van Asseldonk (19), Lambert van Rooij, zwager van Aart, en zijn vrouw Willemijn Peter Schoonens.

Het is gezellig in de als herberg ingerichte kamer van Aart van Asseldonk totdat Heijn Bos-nel aan de gasten vertelt dat hij een zak noten te koop heeft. Laureijns van den Boom vraagt hoe duur de noten zijn, waarop Heijn antwoordt n noot voor n duit en drie noten voor een oordje (n oordje is twee duiten). Tot ieders verbazing zegt Laureijns: "Heijn, ik heb de pik op jou". En tegelijkertijd verkoopt hij Heijn een vuistslag, waardoor die languit op de vloer valt, pakt vervolgens een mes uit zijn zak en snijdt tot twee keer toe in Heijns gezicht en een diepevleeswond in zijn linkerwang is het resultaat. Heijn staat met een bebloed gezicht op en gaat samen met Jan van Berlo zijn beklag doen bij Aart van Asseldonk, die in de achterkeuken is. Daar krijgen ze het advies om zo snel mogelijk naar huis te gaan.

"Ik snij jullie aan repen" Op hetzelfde moment komt Marie van Asseldonk naar de keuken om haar vader te roepen daar er nog steeds trubbel in de kamer is. Aart gaat de kamer in en maant zijn gasten tot eendracht en vraagt of ze zich rustig willen houden, waarop Laureijns van den Boom opspringt, zijn mes uit zijn rok trekt en aan Aart vraagt of hij soms partij kiest voor Bos-nel. "Nee", zegt Aart en hij draait zich om en gaat naar het achterkeukentje. Daar gekomen neemt hij uit voorzorg een ijzeren tang in zijn hand. Zijn vrouw ziet dit en pakt haar man stevig vast om te voorkomen dat hij zich in een gevecht gaat mengen. Laureijns is Aart tot in het achterkeukentje gevolgd en een nieuwe confrontatie doet zich voor. Laureijns snijdt met zijn mes bij Aart van boven door de bol en rand van zijn hoed, door de lnkerkant van zijn neus, door de mouw van zijn kamizool en in de linker schouder naast zijn hals. In doodsangst pakt Aart in een ruk Laureijns bij zijn haren en oren, zodat ze gedrien op de vloer vallen. Laureijns: "Laat mij los, want als ik anders los kom, snij ik jullie aan repen". "Ik laat je los", zegt Aart, "als je belooft dat je op zult houden". Laureijns beklooft dit en wordt door Aart losgelaten. Laureijns houdt zich echter niet aan zijn belofte en snijdt Aart nogmaals in zijn gezicht, die uit angst voor verdere aandoeningen zijn gezicht verbergt in de schoot van zijn vrouw, Joanna, die de zaak probeert te sussen, belooft Laureijns twee flessen wijn als hij ophoudt. Laureijns: "Dat is niet genoeg, ik moet ook nog een kan bier hebben en je moet me ook om vergiffenis bidden". Zonder de reden hiervan in te zien, Aart had Laureijns immers niets misdaan, vraagt Aart al bevend drie keer toe om vergiffenis en steekt daarbij zijn handen op. "Nee," zegt Laureijns al vloekend en tierend, 'je zult mij op je knien om vergiffenis moeten vragen". Uit vrees voor verdere snijwonden valt Aart tot drie keer toe op zijn knien en bidt om vergiffenis. Vervolgens staat Aart op en pakt een handdoek om zijn bebloed aangezicht af te vegen. "Hebt gij soms nog puisten", vraagt Laureijns met een mes in zijn opgeheven hand. Aart wacht echter niets meer af en vlucht door de achterdeur naar buiten. Laureijns duwt Aarts vrouw opzij, die daardoor op de grond valt, en zet een achtervolging in. Aart heeft zich echter zo snel uit de voeten gemaakt, dat hij veilig drossaard Ecrevisse weet te bereiken en deze over het geburde inlicht. Daarna bezoekt Aart chirurgijn Jan de Fost die zijn neus verbindt. De chirurgijn constateert een snee aan de linkerkant van Aarts neus ter grootte van n duim (ca. 2,6 cm).

Intussen is Joanna opgestaan en naar de voordeur gelopen om te zien hoe het afloopt. Daar gekomen ziet ze Laureijns weer via de achterdeur binnenkomen. Laureijns: "Nu zul je zelf buiten blijven en ik neem een fles mee!" Joanna verlaat daarop het huis en brengt zich in veiligheid. Later blijkt dat Laureijns een grote fles genever heeft meegenomen.

"Schelmen blijf van mijn lijf" Hendrik Ecrevisse, een plaatsvervangend drossaard, heeft onmiddellijk alram geslagen om te voorkomen dat er nog meer slachtoffers vallen. De Bataafse dragonder(e) Joannes van Tessel (23) en de gerechtsbode Arnoldus van Eupen (42) zijn terstond aanwezig en gedrien snellen ze naar de Haageijk. Bij de herberg aangekomen zien ze een razende en tierende Laureijns van den Boom met een fles genever in zijn hand op straat staan. Een woordenwisseling volgt. Ecrevisse: "Laureijns, gij zijt mijn gearresteerde". Laureijnsw: "Daar komen zij om mij te vangen, maar zij hebben mij goddomme nog niet". Na een fikse worsteling weten de beambten Laureijns te overmeesteren en wordt de gedetineerde overgebracht naar de gevangenis in het kasteel. Intuusen hebben de gemeentedienaar Hendrik van der Horst (45) en de Bataafse dragonder Dirk Gerritse (24) zich bij hen aangesloten. Laureijns vloekt en scheldt dat het een lieve lust is. "Als ik een mes haf, dan zouden jullie mij niet in het gat (gevangenis) hrijgen. O wee, als ik los kom, dan zal er n sterven. Schelmen, blijf van mijn lijf!" Bij deze verwensingen blijft het, want tegen de grote overmacht is Laureijns niet opgewassen en hij verdwijnt dan ook achter slot en grendel. Als is hij zijn vrijheid nu kwaijt, zijn grote mond heeft hij behouden: "Van Eupen, gij zult mij genever brengen of gij zult sterven!"

Ontsnapt Op 26 oktober gaat gemeentedienaar Hendrik van der Horst voor de achtste keer water en brood bezorgen bij de gedetineerde Laureijns van den Boon. Tegen de voorschriften in vergeet Hendrik de sleutels bij de drossaard af te leveren. Hierover wordt hij de volgende dag tijdens een inspectie van de gevangenis ondervraagd. Hendrik zegt dat hij zo onnozel is geweest dat hij de sleutels niet bij de drossaard heeft afgegeven, maar ze die nacht thuis heeft bewaard. Zonder dat de verklaring daarover duidelijk uitsluitsel geeft, blijkt uit andere akten dat Laureijns in de nacht van 26 op 27 oktober uit de gevangenis is ontsnapt. Uit het inspektierapport valt overigens op te maken dat de deuren nog vergrendeld zjn en dat er niets is opengebroken. (..) Na zijn ontsnapping is Laureijns van den Boom direct uit Gemert vertrokken. (..)

12.
Arnoldus van Asseldonk, wonende in Gemert aan het Lyndereind, werd op 5 april 1804 in Gemert begraven. Een maand later, op 6 mei 1804 werd er nog een kind van hem geboren, Arnoldus (of Aert) genoemd. (Bron: GA Gemert-Bakel, DTB begraven Gemert, register 23, p. 147 R19; register 25, p. 66 R22)
Afkortingen Historische sites