Familie van Jan van Asseldonk
Klik op de foto voor grotere weergave.
Woonplaats: Gemert
Beroep: winkelier, textielhandel
Geboren: in 1924
Vader: Hubertus Gerardus Johannes, zoon van Adriaan Servaas van Asseldonk
Moeder: Woutrina, dochter van Johannes van der Linden
Overleden: in 1996
Gehuwd in 1952 met: Dorothea van Overbruggen
Kinderen:
- 1953: Tedje
- 1954: Gerdie
- 1955: Huib
- 1957: Thea
- 1959: Peter
Gegevens:1.
Jan werd op 8 december 1924 in Gemert geboren als dochter van Hubertus Gerardus Johannes (roepnaam Johan) van
Asseldonk en Woutrina van der Linden.
(Bron: GA Bakel-Gemert, burgerlijke stand Gemert, geboorten 1924)
2.
Jan trouwde op 10 juni 1952 in Nuenen met Theodora Jsephina Johanna (roepnaam Dora) van Overbruggen, die op 12 maart
1925 in Nuenen geboren was als dochter van Petrus Antonius van Overbruggen, slager, en Geerdina Maria de Rooij. Jan
nam de textielzaak van zijn moeder over.
(Bron: Peter van den Elsen, Geschiedenis van de Familie Van Asseldonk, (niet uitgegeven manuscript (Gemert
1992) 63)
3.
Eerst woonden Jan en Dora met hun kinderen boven, en Jans zus Rie, zijn moeder en zijn zussen Tonie en Dily
beneden. Toen Jans kindren Tedje en gerdie er waren werd het omgedraaid, en in 1959 verhuisden ze naar de
Berglarenstraat (oma was inmiddels dood).
(Bron: GA Bakel-Gemert, bevolkingsregister Gemert; Peter van den Elsen, Geschiedenis van de Familie Van
Asseldonk, (niet uitgegeven manuscript (Gemert 1992) 55, kopie van Tedje van Asseldonk uit Beek-Ubbergen,
aantekening in de marge)
4.
Artikel in weekblad Traverse d.d. 17 maart 1966
Mensen van Gemert.
Een wekelijkse tocht door de Commanderije van Peter Vink
Jan van Asseldonk
Hij is winkelier in de drukke koopstraat van Gemert en hij woont boven de zaak met vrouw en vijf kinderen. Jan van
Asseldonk is voorzitter van de Carnavalsvereniging de Drumknauwers en verder nog hoofd van de plaatselijke
Bescherming Bevolking ofwel de B.B. In zijn vrije tijd is hij een verwoed knutselaar en uit deze liefhebberij komt
het vermogen voort om de gehele winkelopstand en de betimmeringen in het nieuwe bedrijf zelf te vervaardigen. Jan
van Asseldonk is dus een veelzijdig mens en met dergelijke lieden is het aangenaam praten. Ik stond zo maar
onverwacht voor de deur en ik zag dat ik eigenlijk hoogst ongelegen kwam, maar even later zat ik boven aan de tafel
als een vertrouwd huisvriend en achteraf bleek er inderdaad een band uit het verleden te bestaan. Want mevrouw Van
Asseldonk heette vroeger Dora van Overbruggen en als rechts-buiten van hockeyclub Nuenen heeft zij dikwijls in
Deurne gespeeld. De trouwe stok staat op de overloop in een paraplubak, naast de tennisspullen. Want Gemert heeft
nog wel geen hockeyclub, maar wèl de tennisbanen en dport is sport, al zal de onvervalste en pure hockeyspeelster
altijd een sluimerend heimwee bespeuren naar het spelen met stok en bal.
Van poffer tot Parijse mode
Maar ik wil de kant uit van het textiel, omdat Jan van Asseldonk in dit vak zijn bestaan gevonden heeft. Grootmoeder
had destijds een kleine winkel in de echte Brabantse poffer. Daar kwamen langzamerhand verschillende artikelen bij.
Met de tijd verandert de mode. Nee, vroeger was er eigenlijk geen mode. Vroeger was er één onverzettelijke en
onveranderlijke volksdracht. Pas als Brabant en Gemert de grootste armoede overmeesterd hebben, krijgen de mannen
voldoende armslag om de vrouwen te laten delen in de geneugten van wisselende kleding. Het woord “mode” wordt eerst
aarzelend en later met groot gemak uitgesproken. Toen ik pas in de Peel woonde, werd de hoogmis nog in het parelende
wit gezet van vele, wiegende poffers. Nu vindt men deze vrouwemutsen nog in oudheidkamers. De mode snelt per jaar
van kort naar lang of van kort naar nog korter. Van (..) naar effen, van jong naar nog jonger. Wij leven in de tijd
van de jeugd. Het schijnt een schande om oud te durven zijn en het wachten is op het wondermiddel, dat ons de eeuwige
schoonheid en blijvende jeugd kan schenken. Deze overpeinzingen zijn slechts het deel van de schrijvende zwerver. Zij
zullen geen blok aan het hoofd zijn van het echtpaar Van Asseldonk. In Gemert worden de klanten op hun verlangens
bediend. De mode wordt op de voet gevolgd en de dames van de commanderij weten dat zij al lang niet meer naar de stad
moeten omdat hun eigen plaats bij blijft met alle voortvarendheid van zelfstandige zakenlieden. Deze vrijheid
beschouwt Jan van Asseldonk als een kostbaar bezit. Zeker, er zijn wel eens weken, dat men dag en nacht in touw is,
maar daar volgt dan weer als onderbreking een aantal rustige dagen op, die men naar eigen inzicht kan doorbrengen.
Dassen en mensenkennis
In de zaak liggen velerlei nuttige en sierlijke zaken: babygoed naast corsetten en beha’s; wol in allerlei soorten,
kleine confectie, ondergoed eb zelfs mannelijke zaken als dassen en sokken. Dit is de kans van mijn leven. Eindelijk
ben ik in staat om aan een vakman te vragen, of de verkoper hetr echt heeft aan een koper te vragen bij welk pak hij
een nieuwe das zal gaan dragen. Naar mijn eigen en nog steeds verstopte mening beslist niet. Een verkoper mag de
goede smaak van zijn klant niet al bij voorbaat verloochenen. Hij behoort mensenkennis te hebben. Hij zal bij eerste
oogopslag moeten kunnen zien of zijn klant al dan niet beraden wenst te worden. Verkopers die mij de verdoemelijke
vraag toewerpen bij welk pak ik de das zal gaan dragen, doen onbewust een beroep op mijn opperste zelfbeheersing,
want ik kan dan slechts met moeite de vraag onderdrukken of ik er uitzie als een man die zijn eigen smaak en keus
niet kan bepalen. Hij mag zijn klanten vragen naar de kleur die gewensd wordt of naar de voorkeur tot een streep of
ruit of een effen patroon. Jan van Asseldonk heeft goed begrepen, dat deze zaak mij uit ervaring hoog zit en gelukkig
vind ik op dit bovenhuis een geestverwant. Hij geeft toe, dat vele verkopers gevangen zitten in die kille muren van
enkele vaste uitdrukkingen. De mannen van Gemert kunnen gerust zijn. Bij Jan van Asseldonk wordt hun gevoel voor
eigenwaarde niet aangetast. De mens die binnentreedt wordt bediend naar zijn persoonlijke instelling en dit is de
hoogste lof die een winkel van mij kan krijgen.
Verjongende commanderije
Ik breng de komende winkelgalerij ter sprake en Jan van Asseldonk meent, dat men de winkelwijk wèl zal kunnen
uitbreiden, maar nimmer kan verplaatsen. De trek zal altijd blijven naar de gezelligheid van de snelle en drukke
straat, die in speelse bochten door het dorp glijdt. Gemert zal er goed aan doen een haven aan te leggen voor de
vele auto’s en het aantal zaken uit te breiden door de aanleg van een galerij, maar hij is er altijd bang voor
geweest om een vestiging te bouwen aan de Kapelaanstraat, omdat men daar ver weg ligt en buiten het bereik van de
vaste trek der kopers. De klanten voelen zich ook niet meer zo aan de winkel gebonden als vroeger. De tijd dat men
iets moest bestellen als het gewenste niet voorradig was, ligt voorgoed achter ons. Men wil keus kunnen maken uit
dure spullen en wie niet slaagt, zoekt bij een ander. Jan van Asseldonk behoort dus duidelijk tot de zakenmensen
die de ontwikkeling met aandacht volgen en die in volle zelfstandigheid en in dierbare vrijheid krachtig werken voor
hun zaak. Zij behoren tot de beste ingezetenen van de verjongende commanderije.
5.
Confectie Van Asseldonk, Nieuwstraat 29.
Op de plaats waar nu Schijvens is gevestigd hadden in de twintiger jaren Netje en Maria van der Linden hun winkel.
Zij maakten en verkochten poffers, later ook dassen, handschoenen e.d. In het linker gedeelte van het pand was toen
nog Van Berlo (“Pikwal”) gevestigd die later verhuisde naar Nieuwstraat 57. Netje, die intussen was getrouwd met
Johan van Asseldonk, kocht het linker gedeelte erbij en breidde het uit. Toen specialiseerde zij zich al meer in
babygoed. In 1945, vlak voor de bevrijding, werd het pand kapotgeschoten en na de oorlog weer opgebouwd. Haar zoon
Jan nam de zaak in 1952 over en tot 1985 verkocht hij babygoed, kleinvak en manufacturen. Vooral in de tijd dat Jan
de zaak dreef heeft het pand nog diverse verbouwingen ondergaan.
(Bron: Peter van den Elsen, Geschiedenis van de Familie Van Asseldonk, (niet uitgegeven manuscript (Gemert
1992) 59)
6.
Een grafkruis in Gemert vermeldt: 'Hier rusten Dora van Overbruggen, geboren 12-3-1925, overleden 9-4-1984 en
echtgenoot Jan van Asseldonk, geboren 8-12-1924, overleden 31-8-1996.'
(Bron: opschrift op grafkruis in mei 2003 op het kerkhof te Gemert)
7.
Het bidprentje van Dora van Overbruggen schrijft o.a.: ‘Dora van Asseldonk, gebren Van Overbruggen, geboren te
Nuenen 12 maart 1925, overleden te Gemert 9 april 1984.
‘n mooie herinnering...
dat is wat er overblijft voor Jan en de kinderen die aan een lieve vrouw en moeder die zovele jaren het stralende
middelpunt was van hun gezin.
‘n mooie herinnering...
ook aan wat Dora samen met Jan vooral en met Dily gemaakt heeft van de zaak, waar zij zich met hart en ziel voor
inzette. Het was de hartelijke degelijkheid die er van uitstraalde en die tallozen er graag deed vertoeven.
‘n mooie herinnering...
voor familie, buren en ontelbare kennissen in en buiten Gemert, met wie zij volop meeleefde in goede maar ook in
kwade dagen. Blij als er reden was om blij te zijn, maar ook een steun voor hen die verdriet hadden.
Geheel onverwacht heeft Dora zich aangesloten in de grote rij van familie en vrienden. Bij hen die nog zo pas en
bij hen die in de voorbije jaren ons zijn voorgegaan en, zo bidden wij, nu rusten bij de Heer. De leegte die zij
achterlaat zal altijd gevuld blijven met de echo van haar blijde lach. (..)’
8.
Het bidprentje van Jan van Asseldonk schrijft: Jan van Asseldonk, echtgenoot van Dora van Overbruggen (overleden).
Geboren 8 december 1924. Overleden 31 augustus 1996. Hij werd op 6 september 1996 na een afscheidsviering in de
parochiekerk St. Jans Onthoofding te Gemert begraven op het R.K. kerkhof aldaar.
Zo willen wij onze vader, jan herinneren: Bescheiden voor zichzelf, zorgzaam voor anderen. En met “twee
rechterhanden” kon hij echt bijna alles zelf maken, met eenvoudige middelen, niet duur maar tocj kwaliteit. Zo kon
hij ook van zijn laatste tijd bij ons nog het beste maken, omdat we elkaar hadden: “Onze familie kan dit wel aan.”
Ook in deze trieste gebeurtenis straalde hij, door zijn positieve opstelling, tevredenheid uit, die doorwerkt naar
anderen. Gedreven en precies realiseerde hij zijn creatieve plannen: bouwde de textielhandel van zijn moeder verder
uit, somen met Dora en Dily. Ze gaven hun kinderen een “vorstelijke” jeugd als koningin van de Rooi Skût en vorst
der Drumknaauwers. Na Dora’s onverwacht vroege dood nam hij haar rol als “spil van het gezin” aarzelend, maar met
succes, over. Trots op zijn kinderen, wilde dat zij met trots konden zeggen: “Daar gaat ons vader.” Hij beleefde
veel plezier aan het medeoprichten van de carnavalsvereniging en kreeg voldoening van het genoegen dat anderen
daarvan hadden. Altijd stevig verankerd geweest in de Gimmertse grond, voor de eeuwigheid aan de zijde geroepen
van ons moeder, Dora. Lieve opa, behouden vaart. Bedankt pap, voor alles wat je ons hebt gegeven. Bedankt lieve
broer, voor al je goede zorgen. Allen die met ons meelven in deze moeilijke tijd willen wij hartelijk danken. Het is
een enorme steun voor ons. Familie Van Asseldonk.
9.
Overlijdingsadvertentie in het Gemerts Nieuwsblad: ‘Heel verdrietig, maar vol bewondering voor zijn strijdlust en
onbegrensd optimisme, delen wij u mede dat, toch nog onverwacht is overleden, gesterkt door zijn geloof, onze
onvergetelijke vader en lieve opa Jan van Asseldonk, echtgenoot van Dora van Overbruggen (overleden). Geboren te
Gemert op 8 december 1924. Overleden te Veghel op 31 augustus 1996.
Beek/Ubbergen: Tedje en Herman, en Eva
Delft: Gerdie en Simon
Gemert: Huib en Eefje, en Niels en Inge
Haarlo, Thea en Chris
‘s-Hertogenbosch: Peter en Christel, en Mike
5421 KN Gemert, Nieuwstraat 29 (..)’
10.
Overlijdingsadvertentie in het Gemerts Nieuwsblad: ‘Ontsteld vernamen wij het toch nog plotseling overlijden van een
van de initiatiefnemers en oprichter van het eerste uur van de Gemertse Carnavalsstichting’De Drumknaauwers’ Jan van
Asseldonk. In het verleden beklede hij in onze stichting vele functies als voorzitter en president van de Hooge Raad.
Al jaren vervulde hij geen officiële functies meer binnen onze stichting maar toch deden we nog regelmatig een beroep
op hem. Nooit vergeefs altijd was hij bereid met raad en daad de Gemertse Carnavalsstichting ‘De Drumknaauwers’ te
helpen. Wij wensen zijn kinderen, kleinkinderen en familie veel sterkte toe met het verlies van zo’n persoonlijkheid.
G.C.S. De Drumknaauwers |